Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG8335

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-12-2008
Datum publicatie
24-12-2008
Zaaknummer
07-2190 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking (volledige) WAO-uitkering. Rechterschouderproblematiek. De beschikbare gegevens bieden voldoende steun aan de opvatting van het Uwv dat appellante op de datum in geding, gelet op haar medische beperkingen, in staat was de haar door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies te vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/2190 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 12 maart 2007, 06/48 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 19 december 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2008. Van de zijde van appellant is verschenen mr. Van Berkel, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer A.G.G. Schoonderbeek.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De feiten die in de aangevallen uitspraak zijn vermeld, worden door partijen niet betwist en vormen voor de Raad het uitgangspunt bij zijn oordeelsvorming.

1.2. Bij besluit van 3 mei 2005 heeft het Uwv appellantes uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die laatstelijk sinds 28 oktober 2003 werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met ingang van

4 juli 2005 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.

1.3. Het namens appellante gemaakte bezwaar is door het Uwv ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 1 december 2005, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.

3.1. In hoger beroep heeft appellantes gemachtigde aangevoerd dat het Uwv ten onrechte heeft geconcludeerd dat de uitkering mocht worden ingetrokken. Hij is van mening dat appellantes beperkingen tot het verrichten van arbeid meeromvattend zijn dan door de bezwaarverzekeringsarts is vastgesteld, zodat onjuiste conclusies zijn getrokken met betrekking tot haar functionele mogelijkheden. In het bijzonder is daarbij verwezen naar de rechterschouderproblematiek.

3.2. De Raad kan appellante in haar stellingen niet volgen en overweegt dat de beschikbare gegevens voldoende steun bieden aan de opvatting van het Uwv dat appellante op de datum in geding, gelet op haar medische beperkingen, in staat was de haar door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies te vervullen.

3.3. In de zich onder gedingstukken bevindende informatie afkomstig van appellantes huisarts A. van der Lugt en (behandelend) specialisten, de reumatologe dr. M. Hoekstra en neuroloog dr. J.P.P. van Vugt, die op zijn beurt weer verwijst naar informatie van de neurochirurg dr. M. Driesse, de orthopaedisch chirurg dr. A.J.S. Renard, heeft de Raad geen aanleiding gevonden om over de vaststelling van de medische beperkingen van appellante anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan.

3.4. Aan de eigen, niet met nieuwe medische gegevens onderbouwde, mening van appellante met betrekking tot haar gezondheidstoestand kan de Raad niet dat gewicht toekennen dat zij daaraan gehecht wil zien.

4. Uit het vorenstaande volgt dat moet worden beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 december 2008.

(get.) A.T. de Kwaasteniet.

(get.) A.C.A. Wit.

TM