Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG7891

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-12-2008
Datum publicatie
23-12-2008
Zaaknummer
07-3350 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De aan de schatting ten grondslag liggende functies van portier zijn passend te achten omdat in deze functies minimale eisen worden gesteld aan de beheersing van de Duitse taal. Aan deze eisen kan betrokkene, die op MAVO-niveau één jaar onderwijs in de Duitse taal heeft gevolgd, voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/3350 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 7 mei 2007, 06/4753 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 december 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.J. van ’t Hoff, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 31 oktober 2008, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 3 augustus 2006 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit de WAO-uitkering van appellante per 19 juli 2006 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellante tegen het besluit van 3 augustus 2006 ingestelde beroep – voor zover hier van belang – gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat het besluit van

3 augustus 2006 op een juiste medische grondslag, maar niet op een juiste arbeidskundige grondslag berust. Dit laatste omdat niet op voldoende wijze is toegelicht dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor appellante geschikt zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is in de beroepsfase alsnog een deugdelijke toelichting verstrekt. De rechtbank heeft hierin aanleiding gevonden te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

3.1. Het hoger beroep van appellante richt zich uitdrukkelijk slechts tegen het oordeel van de rechtbank dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies van portier voor haar geschikt zijn. Appellante acht dit oordeel onjuist omdat zij niet beschikt over de voor die functies noodzakelijke beheersing van de Duitse taal.

3.2. Deze grond heeft appellante ook aan haar beroep bij de rechtbank ten grondslag gelegd. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank deze grond afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grond niet slaagt. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat in de functies van portier slechts minimale eisen worden gesteld aan de beheersing van de Duitse taal. Aan deze eisen kan appellante, die op MAVO-niveau één jaar onderwijs in de Duitse taal heeft gevolgd, voldoen. De Raad kan zich vinden in de door de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapportage van 26 oktober 2006 ter zake gegeven toelichting.

3.3. Het hoger beroep van appellante treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 december 2008.

(get.) J. Brand.

(get.) T.J. van der Torn.

KR