Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG3289

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-10-2008
Datum publicatie
04-11-2008
Zaaknummer
07-1573 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen bijzondere bijstand ter aflossing van een huurschuld. Het College is appellant hangende hoger beroep tegemoet gekomen waar het zijn aanspraken betreft op algemene bijstand en langdurigheidstoeslag. Geen kosten in bezwaar. Vergoeding proceskosten (hoger beroep).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/1573 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 januari 2007, 06/638 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)

Datum uitspraak: 28 oktober 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. Biemond, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft nadere besluiten, een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift ingezonden.

Mr. Biemond heeft bij brief van 11 augustus 2008 een vraag beantwoord.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 oktober 2008, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluiten van 24 november 2004 en 4 mei 2005 heeft het College afwijzend beslist op aanvragen van appellant

(i) van 7 oktober 2004 om toekenning van algemene bijstand,

(ii) van 15 maart 2005 om toekenning van bijzondere bijstand ter aflossing van een huurschuld,

(iii) van 17 april 2005 om toekenning van een langdurigheidstoeslag.

Bij besluit van 4 mei 2005 heeft het College appellant algemene bijstand toegekend met ingang van 18 februari 2005. Op 9 mei 2005 is aan appellant een (na)betaling gedaan van € 1.790,84. Abusievelijk is dit bedrag nogmaals aan appellant betaald op 11 mei 2005.

1.2. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzende besluiten op de onder i), ii) en iii) vermelde aanvragen. Bij besluit van 5 december 2005 heeft het College deze bezwaren ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 5 december 2005 ongegrond verklaard.

3.1. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

3.2. Bij besluit van 23 oktober 2007, voor zover van belang, heeft het College zijn eerdere besluit van 13 mei 2004 tot intrekking van aan appellant toegekende algemene bijstand herroepen en de bijstandsverlening met ingang van 1 mei 2004 hersteld. Bij besluiten van 22 november 2007 is het afwijzende besluit op de onder iii) vermelde aanvraag herroepen en is alsnog langdurigheidstoeslag toegekend over drie opvolgende perioden van twaalf maanden, te beginnen vanaf 17 april 2005.

3.3. Bij brief van 11 augustus 2008 heeft mr. Biemond desgevraagd meegedeeld het hoger beroep nog te handhaven voor zover dat ziet op de aangevraagde bijzondere bijstand voor de afbetaling van de huurschuld en tevens om vergoeding verzocht van in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte kosten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Met betrekking tot de tekst van de wettelijke bepalingen die relevant zijn voor de beoordeling van de door appellant gevraagde bijzondere bijstand ter aflossing van de huurschuld verwijst de Raad naar bladzijde 4 van de aangevallen uitspraak. Uitgaande van deze bepalingen heeft de rechtbank geconcludeerd dat het beroep, voor zover dat betrekking heeft op de door het College gehandhaafde besluit van 4 mei 2005, ongegrond is. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de gronden waarop zij haar oordeel heeft gebaseerd. Hetgeen in het hoger beroepschrift naar voren is gebracht bevat geen wezenlijk nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad dan ook niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak in zoverre dient te worden bevestigd.

4.2. Wat het verzoek om veroordeling van in bezwaar gemaakte kosten betreft heeft het College in zijn aanvullend verweerschrift van 18 september 2008 het volgende opgemerkt:

“ In de brief van 11 augustus 2008 geeft de gemachtigde o.a. aan dat hij de aanspraak op proceskosten in bezwaar handhaaft. Uit de stukken echter blijkt dat noch in de respectievelijke bezwaarschriften van 29 november 2004; 27 mei 2005 en 14 juni 2005 noch op enig ander tijdstip in de betreffende bezwaarprocedures en vóórdat het college op de bezwaren heeft beslist door of namens appellant een verzoek tot vergoeding van de kosten in bezwaar is gedaan. Het college is van mening dat nu niet aan de in artikel 7:15, tweede en derde lid van de Awb gestelde voorwaarden is voldaan, het niet kan worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten in bezwaar.”

Nu niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 7:15, derde lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht is er naar het oordeel van de Raad geen ruimte om dit verzoek in te willigen.

4.3. Het College is appellant hangende hoger beroep tegemoet gekomen waar het zijn aanspraken betreft op algemene bijstand en langdurigheidstoeslag. De Raad ziet daarom aanleiding om het College te veroordelen in de proceskosten van appellant wegens verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in beroep en op

€ 322,-- in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking heeft op de door appellant gevraagde bijzondere bijstand;

Veroordeelt het College in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 966,--, te betalen door de gemeente ’s-Gravenhage;

Bepaalt dat de gemeente ’s-Gravenhage aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 143,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en C. van Viegen en J.F. Bandringa als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2008.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) N.L.E.M. Bynoe.

IJ