Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG1775

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-10-2008
Datum publicatie
29-10-2008
Zaaknummer
07-7004 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep van appellante, na nader besluit inzake toekenning volledige WAO-uitkering. Vergoeding wettelijke rente en proceskostenveroordeling. Tevens vergoeding kosten in beroep van door gemachtigde ingewonnen medische informatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/7004 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2007, 03/6184 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 24 oktober 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.H.J. van Geffen, werkzaam bij Advocatenkollektief Oost te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij nieuw besluit van 3 januari 2008 heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen een besluit van 3 april 2003 alsnog gegrond verklaard en aan appellante met ingang van 7 april 2003 een uitkering de ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

Bij faxbericht van 27 februari 2008 heeft mr. Van Geffen namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van

artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

1.2. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

1.3. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

2. De Raad stelt vast dat het Uwv bij het nieuwe besluit op bezwaar van 3 januari 2008 geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante.

3.1. Van de zijde van appellante is verzocht om vergoeding van de wettelijke rente.

3.2. De Raad ziet dan ook aanleiding om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Voor wat betreft de wijze waarop gedaagde de aan appellante toekomende vergoeding dient te berekenen volstaat de Raad te verwijzen naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495.

3.3. Naast de proceskosten in hoger beroep is tevens verzocht om vergoeding van een factuur ten bedrage van € 83,30 van de Stichting Medisch Advies Kollektief.

3.4. In het verweerschrift van 1 april 2008 heeft het Uwv ten aanzien van de hierboven genoemde kosten het volgende opgemerkt.

“Wij hebben ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op 3 januari 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar uitgereikt. Gemachtigde heeft spontaan het hoger beroep ingetrokken. Gelet op het bovenstaande zijn wij van mening dat er geen aanleiding is de proceskosten van eiseres te vergoeden.

Evenmin achten wij het aangewezen de kosten van de in januari 2005, tijdens de procedure bij de rechtbank, door gemachtigde ingewonnen medische informatie ter hoogte van € 83,30 te vergoeden.”

3.5. Appellante heeft hierop gesteld dat zij als gevolg van het nieuwe besluit van 3 januari 2008, welke een volledige tegemoetkoming inhield, geen belang meer had bij haar hoger beroep. De intrekking van het hoger beroep hield daarom direct verband met het nieuwe besluit van het Uwv en kan dan ook niet worden gekwalificeerd als een spontane intrekking.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad kan - onder verwijzing naar de aangehaalde wettekst in de overwegingen in deze uitspraak onder 1. - appellante volgen in haar standpunt. Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand.

4.3. Ten aanzien van de factuur van de Stichting Medisch Advies Kollektief stelt de Raad vast dat uit de gedingstukken naar voren komt dat van de zijde van appellante reeds in de beroepsfase gevraagd is om vergoeding van deze factuur, maar dat de rechtbank dit bedrag niet in haar proceskosten veroordeling heeft opgenomen.

4.4. De Raad ziet dit als een kennelijke misslag nu geen aanleiding bestaat niet tot vergoeding van het bedrag van € 83,30 over te gaan.

4.5. Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de wettelijke rente zoals in rubriek II van deze uitspraak aangegeven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 405,30, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.D.F. de Moor.

RB