Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BG1104

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-10-2008
Datum publicatie
23-10-2008
Zaaknummer
06-5166 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Medisch onderzoek zorgvuldig? Juiste beperkingen in acht genomen? Eerst in hoger beroep met arbeidskundige rapportages alle door het CBBS gegeneerde signaleringen van een voldoende toelichting voorzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5166 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 4 augustus 2006, 06/272 hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 oktober 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.D. Kramer, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Bij brieven van 26 februari 2007 en 13 juni 2007 heeft het Uwv nadere arbeidskundige rapporten in het geding gebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2008. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J.M.H. Lagerwaard.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante was laatstelijk werkzaam als bloembindster voor 15 uren per week.

In verband met rugklachten is haar met ingang van 27 september 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na heronderzoek is bij besluit van 19 juli 2005 de uitkering van appellante met ingang van 20 september 2005 ingetrokken op de grond dat haar arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%. Bij besluit van 29 december 2005, hierna: het bestreden besluit, is het door appellante tegen het besluit van 19 juli 2005 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellante ongegrond verklaard.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank bestreden. Gelet op haar rugklachten acht zij zich meer beperkt dan door het Uwv is aangenomen. Als gevolg van deze klachten kan zij de door de arbeidsdeskundige van het Uwv geselecteerde functies niet vervullen. Daarnaast is appellante van mening dat het bij de schatting gehanteerde Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) de arbeidskundige grondslag ervan onvoldoende toetsbaar, verifieerbaar en inzichtelijk doet zijn.

3.2. Het Uwv handhaaft het ingenomen standpunt.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad ziet evenals de rechtbank geen redenen te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies ervan, waarop het bestreden besluit is gebaseerd. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de vaststelling van de bij appellante bestaande medische beperkingen en haar belastbaarheid voor arbeid ten tijde in geding. De Raad wijst er in dit verband op dat appellante noch in beroep noch in hoger beroep haar klachten heeft geconcretiseerd. Evenmin heeft zij ter ondersteuning van haar standpunt medische gegevens in het geding gebracht.

4.2. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad verder van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten als voor appellante in medisch opzicht passend dienen te worden aangemerkt. De Raad heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat in de in rubriek I vermelde arbeidskundige rapportages een als genoegzaam aan te merken nadere toelichting is gegeven op de door het CBBS bij de geselecteerde functies gegenereerde signaleringen.

4.3. De grief van appellante dat de bij het bestreden besluit gehandhaafde schatting onvoldoende toetsbaar, verifieerbaar en inzichtelijk is, slaagt evenwel. De Raad wijst op zijn uitspraken van 12 oktober 2006 (onder meer LJN: AY9971), waaruit volgt dat alle door het CBBS gegeneerde signaleringen van een voldoende toelichting dienen te worden voorzien. De Raad stelt vast dat het Uwv ten onrechte eerst in hoger beroep met de in rubriek I vermelde arbeidskundige rapportages alle door het CBBS gegeneerde signaleringen van een voldoende toelichting heeft voorzien.

4.4. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit dienen te worden vernietigd, maar dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven.

5. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 644,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 142,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.R. van der Vos als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2008.

(get.) H. Bolt.

(get.) M.R. van der Vos.

RB