Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BE8931

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-08-2008
Datum publicatie
25-08-2008
Zaaknummer
07/4693 WW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vergoeding kosten in bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4693 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 augustus 2007, 07/387 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[Naam betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 13 augustus 2008.

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. R. Grijpstra, advocaat te Almere, een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 2 juli 2008. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door R.S. Oor, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Met een besluit van 17 augustus 2006, dat na daartegen gericht bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 22 januari 2007 (het bestreden besluit), heeft appellant vastgesteld dat betrokkene met ingang van 1 augustus 2006 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet.

1.2. Betrokkene heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, omdat appellant daarin ten onrechte niet zou hebben beslist op het door hem in de bezwaarfase ingediende verzoek om schadevergoeding, in de vorm van een vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten (hierna: het verzoek).

1.3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep gegrond verklaard voor zover dat is gericht tegen het niet beslissen op het verzoek, het bestreden besluit in zoverre vernietigd, en bepaald dat de rechtsgevolgen van het gedeeltelijk vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven. De rechtbank heeft tevens appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in beroep heeft gemaakt, en gelast dat appellant aan betrokkene het griffierecht vergoedt.

2. Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld en aangevoerd dat de rechtbank heeft miskend dat in het bestreden besluit wel is beslist op het verzoek. Appellant stelt ten onrechte te zijn veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten en griffierecht.

3.1. In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of de rechtbank moet worden gevolgd in haar oordeel dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedeeltelijk moet worden vernietigd.

3.2. De Raad beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.

3.3. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, eerste volzin, van de Awb worden de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Ingevolge artikel 7:15, derde lid, tweede volzin, van de Awb beslist het bestuursorgaan op het verzoek bij de beslissing op het bezwaar.

3.4. De Raad stelt vast dat in het bestreden besluit onder het kopje ‘vergoeding kosten bezwaar’ is vermeld dat betrokkene heeft verzocht om vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt in verband met de behandeling van het bezwaar, en dat deze niet worden vergoed omdat het bezwaar ongegrond is verklaard. Gelet hierop kan de Raad de rechtbank niet volgen in haar oordeel dat in het bestreden besluit ten onrechte niet is beslist op het verzoek van betrokkene. Anders dan door betrokkene in hoger beroep is aangevoerd is de Raad van oordeel dat met de hiervoor weergegeven passage in het bestreden besluit een voldoende gemotiveerde beslissing is gegeven op het verzoek.

4. Op grond van het vorenstaande komt de Raad dan ook tot de slotsom dat het hoger beroep slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden vernietigd, en het beroep alsnog ongegrond moet worden verklaard.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen als voorzitter. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.A. Reinders als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) M.J.A. Reinders.

RH