Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BE2732

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-08-2008
Datum publicatie
15-08-2008
Zaaknummer
06-3784 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/3784 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 mei 2006, 05/2882 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 augustus 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2008. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Sowka.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. De rechtsvoorganger van het Uwv heeft appellant met ingang van 24 oktober 1968 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant is in 1969 (definitief) weer teruggekeerd naar Marokko. Op 6 maart 2005 en 5 april 2005 heeft het Uwv aan appellant een tweetal specificaties toegezonden van de over de maanden maart 2005 en april 2005 uitbetaalde WAO-uitkering.

1.3. Hiertegen heeft appellant op 30 mei 2005 een bezwaarschrift ingediend welke bij het Uwv is ontvangen op 9 juni 2005.

1.4. In vervolg hierop heeft het Uwv bij brief van 4 augustus 2005 appellant verzocht aan te geven waarom eerst na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken een bezwaarschrift is ingediend tegen de genoemde uitkeringsspecificaties.

1.5. Bij brief van 23 augustus 2005 heeft appellant geantwoord dat hij reeds eerder heeft aangegeven dat hij niet de bedragen ontvangt waarop hij recht heeft.

1.6. Bij beslissing op bezwaar van 4 oktober 2005 heeft het Uwv het door appellant ingediende bezwaar tegen de uitkeringsspecificaties van 6 maart 2005 en 3 april 2005 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.

2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 4 oktober 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat vaststaat dat het ingediende bezwaar niet tijdig is ingediend en dat er geen omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan het Uwv had moeten concluderen dat het te laat indienen van het bezwaar niet verwijtbaar was.

2.2. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij altijd alle brieven van het Uwv beantwoordt. Verder geeft hij aan geen ander inkomen te ontvangen dan de WAO-uitkering en daarvan een familie bestaande uit zes personen te moeten onderhouden.

3.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.2. Niet in geschil is dat het bezwaarschrift van 30 mei 2005 van appellant tegen de uitkeringsspecificaties niet tijdig is ingediend. Evenals het Uwv en de rechtbank is ook de Raad van oordeel dat hetgeen door appellant is aangevoerd niet kan leiden tot het oordeel dat het niet tijdig indienen van bezwaar hem niet kan worden tegengeworpen. Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij laat de Raad in het midden of de uitkeringsspecificaties ter zake van het door appellant opgeworpen geschilpunt - een uitkeringspercentage van 70% of van 80% - in het onderhavige geval wel op rechtsgevolg zijn gericht.

3.3. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

3.4. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2008.

(get.) H.J. de Mooij.

(get.) N.L.E.M. Bynoe.

IJ

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

Statue:

Confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par M. le maître H.J. de Mooij en présence de N.L.E.M. Bynoe en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 14 août 2008.