Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BE0071

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-08-2008
Datum publicatie
15-08-2008
Zaaknummer
06-5651 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking (volledige) WAO-uitkering: minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. De medische geschiktheid van de functies is voldoende toegelicht in de diverse rapporten van de bezwaararbeidsdeskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5651 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2006, 06/423 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 6 augustus 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2008. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is werkzaam geweest als chauffeur groepsvervoer voor 20 uur per week. Op 29 oktober 2002 heeft zij deze werkzaamheden gestaakt wegens rugklachten. In aansluiting op de toenmalige wachttijd van 52 weken is aan haar een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Op 21 maart 2005 is appellante onderzocht door de verzekeringsarts. Deze heeft op dezelfde datum gerapporteerd dat appellante in verband met haar rugklachten beperkt is met betrekking tot statische belasting, zwaar tillen en veel bukken en dat zij is aangewezen op werkzaamheden die voldoende afwisselend zijn en waarbij regelmatig kan worden gelopen. De verzekeringsarts heeft de voor appellante aangenomen medische beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).

1.3. Aan de hand van deze FML heeft de arbeidsdeskundige functies voor appellante geselecteerd. Op 11 april 2005 heeft de arbeidsdeskundige een rapport uitgebracht, waarin is vermeld dat, gezien de loonwaarde die aan een aantal voor appellante geschikt te achten functies kan worden ontleend, de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante minder bedraagt dan 15%.

1.4. Bij besluit van 2 mei 2005 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat haar WAO-uitkering met ingang van 3 juli 2005 wordt ingetrokken.

1.5. Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt. Op 21 september 2005 heeft de bezwaarverzekeringsarts een rapport uitgebracht. Hierin is als conclusie vermeld dat de medische beperkingen van appellante door de primaire verzekeringsarts juist zijn vastgesteld.

1.6. Vervolgens heeft de bezwaararbeidsdeskundige opnieuw beoordeeld of de aan appellante voorgehouden functies voor haar geschikt zijn. In het door de bezwaararbeids-deskundige op 21 december 2005 uitgebrachte rapport is vermeld dat een aantal functies bij nader inzien ongeschikt moet worden geacht. Hierbij is aangegeven dat op basis van de resterende functies, die onder vier sbc-codes vallen, de mate van arbeidsongeschikt-heid nog steeds minder dan 15% bedraagt.

1.7. Bij besluit van 23 december 2005 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 2 mei 2005 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hierbij heeft de rechtbank in de eerste plaats overwogen dat het medisch onderzoek dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voldoende zorgvuldig is geweest en dat niet is gebleken dat de medische beperkingen van appellante onjuist zijn vastgesteld. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de functie van centralist met functienummer 7221-0087-002 (sbc-code 315120) te belastend is voor appellante wat betreft het aspect zitten. Hierbij heeft de rechtbank echter aangegeven dat de ook onder deze sbc-code vallende functie van telefoniste/receptioniste met functienummer 8211-0079-008 wel geschikt is te achten voor appellante en dat deze functie voldoende arbeidsplaatsen vertegenwoordigt. Ook de overige aan appellante voorgehouden functies, waaronder de functie van bezorger leesmappen, kunnen naar het oordeel van de rechtbank voor haar geschikt worden geacht. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat de WAO-uitkering van appellante terecht is ingetrokken.

3.1. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank onvoldoende is ingegaan op de in beroep ingebrachte grieven met betrekking tot de medische geschiktheid van de voorgehouden functies. In dit verband heeft appellante erop gewezen dat bij de functie van bezorger leesmappen sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid wat betreft de aspecten zitten en tillen. Volgens appellante is deze functie daarom voor haar ongeschikt.

3.2. Het Uwv heeft in hoger beroep een nader rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 7 december 2006 ingebracht. Hierin is aangegeven dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de functie van centralist ongeschikt is voor appellante, maar dat de overige functies wel geschikt moeten worden geacht. Volgens de bezwaararbeidsdeskundige blijft de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15%. Het Uwv heeft, onder verwijzing naar dit rapport, verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. In de eerste plaats stelt de Raad vast dat het geschil in hoger beroep is beperkt tot de vraag of de aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht geschikt moeten worden geacht.

4.2. Aan de onderhavige schatting liggen uiteindelijk functies ten grondslag die vallen onder de sbc-codes 315120 - telefonist/receptionist, 111230 - bezorger kranten, tijschriften en wasgoed, 272060 - lederwarenmaker en 267050 - wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur. De Raad is van oordeel dat de medische geschiktheid van de functies binnen de sbc-codes 315120, 272060 en 267050 voldoende is toegelicht in de diverse rapporten van de bezwaararbeidsdeskundige. Op basis van de aan de desbetref-fende functies te ontlenen loonwaarde bedraagt de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15%. De onderhavige schatting kan derhalve reeds door deze functies worden gedragen. Gelet hierop kan en zal de Raad in het midden laten of ook de functie van bezorger leesmappen onder sbc-code 111230 voor appellante geschikt moet worden geacht.

4.3. Uit hetgeen in 4.1 en 4.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en T. Hoogenboom en J.F. Bandringa als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2008.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) E.M. de Bree.

BP