Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD9364

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-08-2008
Datum publicatie
07-08-2008
Zaaknummer
02-4485 AOW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7047, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijwillige verzekering AOW. Herziening standpunt Svb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

02/4485 AOW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats], Spanje (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2002, 01/1932 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellante

en

de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 5 augustus 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift en voorts diverse stukken in het geding gebracht.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege kan blijven, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is gehuwd met [naam echtgenoot] (hierna: de echtgenoot), die sedert 1965 krachtens arbeidsovereenkomst in Nederland werkzaamheden heeft verricht. Thans is de echtgenoot in Spanje woonachtig. Hij ontvangt een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van ongeschiktheid van 80-100 %. Appellante is sedert 1989 vrijwillig verzekerd voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW).

1.2. Als gevolg van de inwerkingtreding van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (Stb. 1998, 746, hierna: KB 746) werd appellante met ingang van 1 januari 2000 uitgesloten van het recht op vrijwillige verzekering voor de AOW en ANW. Dit is haar medegedeeld bij beschikking van 27 september 2000, welke is gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 11 april 2001, hierna: het bestreden besluit.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante zich gemotiveerd tegen de uitspraak van de rechtbank gekeerd.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. In de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 7 juli 2005, Van Pommeren-Bourgondiën, C-227/03 (LJN AU1322) heeft de Svb aanleiding gezien zijn standpunt te herzien en is aan appellante de gelegenheid geboden zich vanaf 1 januari 2000 vrijwillig te verzekeren voor de duur van 6 jaar.

4.2. De Raad concludeert dat het hoger beroep slaagt en dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komen. De Svb zal een nieuw besluit op bezwaar dienen te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

4.3. De Raad ziet gelet op het voorgaande aanleiding de Svb te veroordelen tot betaling van de kosten die appellante in verband met het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De Raad begroot deze kosten op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

Veroordeelt de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank in de proceskosten van appellante van in totaal € 966,--, te betalen door de Sociale verzekeringsbank aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat de Sociale verzekeringsbank aan appellante het betaalde griffierecht van in totaal € 109,23 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en H.J. Simon als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2008.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) C. de Blaeij.

CB