Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD7454

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-07-2008
Datum publicatie
21-07-2008
Zaaknummer
07-3161 CSV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare overschrijding betaalltermijn griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/3161 CSV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Naam appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 12 april 2007, 06/1978 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Datum uitspraak: 10 juli 2008

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 15 oktober 2007 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft C. Rief, werkzaam bij V&R Accountancy te ’s-Hertogenbosch, namens appellante verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2008, waar appellante zich heeft laten vertegenwoordigen door C. Rief. Het Uwv heeft zich met voorafgaand schriftelijk bericht niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 oktober 2007 berust hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 428,-- niet binnen de bij de aangetekend verzonden brief van 23 juli 2007 gestelde termijn is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In geding is de vraag of het hoger beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

In het verzetschrift is namens appellante aangevoerd dat naar aanleiding van de bij aangetekend verzonden rappel griffierecht van 23 juli 2007 telefonisch contact is opgenomen met de griffie van de Raad aangezien nog geen gecorrigeerde nota was ontvangen en dat van de zijde van de Raad is geadviseerd te wachten op de nieuwe nota, welke appellante nimmer heeft ontvangen.

De Raad is van oordeel dat het verzet niet slaagt.

Nadat aan de gemachtigde van appellante in eerste instantie een onjuiste acceptgiro is toegezonden, is aan hem op 20 juni 2007 de juiste acceptgiro toegezonden, gevolgd door een aangetekend verzonden rappel van 23 juli 2007. De gemachtigde van appellante betwist met de stelling dat hij geen nieuwe nota heeft ontvangen de verzending van de nota van 20 juni 2007.

Anders dan de gemachtigde van appellante gaat de Raad er vanuit dat de nota van

20 juni 2007 op die dag is verzonden. Voorts is uit het dossier niet gebleken van een telefonisch contact met de Raad naar aanleiding van het op 23 juli 2007 aangetekend verzonden rappel griffierecht, waarin zou zijn geadviseerd te wachten op een nieuwe nota. Het niet in het bezit hebben van de nota vormde, gelet op de inhoud van de rappel van

23 juli 2007, waaruit duidelijk naar voren komt welk bedrag op welk gironummer en binnen welke termijn gestort dient te worden, naar het oordeel van de Raad geen beletsel om het verschuldigde griffierecht te betalen. De Raad heeft in hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd, dan ook geen aanknopingspunten gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat appellante het verzuim niet kan worden tegengeworpen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Badermann als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2008.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A. Badermann.

IJ