Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD7168

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-07-2008
Datum publicatie
15-07-2008
Zaaknummer
06-6723 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6723 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appelante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2006, 06/207

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 juli 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.O. Wattilete, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2008. Zoals tevoren was bericht zijn appellante en haar gemachtigde niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M.J. Eymael.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 19 januari 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van

20 maart 2005 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% was.

Dit besluit berust op het standpunt dat appellante op die datum, weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat zij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. Vergelijking van de loonwaarde van de middelste van de drie functies met de hoogste lonen met het voor haar geldende maatmaninkomen resulteert volgens het Uwv in een verlies aan verdiencapaciteit van 5,34%.

1.2. Namens appellante is tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van

12 december 2005 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak.

3.1. Hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd bevat, in vergelijking met de stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.

3.2. Ten aanzien van de in het hoger beroepschrift gemaakte opmerking dat er bij appellante een allergie voor vis bestaat en dat daarom de geduide functie van vleeswarenmaker, slachter en visverwerker (sbc-code 271070) dient te vervallen overweegt de Raad het volgende. Bij de betreffende functie gaat het om werkzaamheden in een pluimveeslachterij, zodat de opmerking over de allergie voor vis, voor deze functie geen betekenis kan hebben. De Raad merkt overigens nog op dat appellante deze allergie niet in eerdere fasen van de procedure, bijvoorbeeld bij het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts, heeft gemeld.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2008.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) A. Wit.

JL