Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD6590

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-07-2008
Datum publicatie
15-07-2008
Zaaknummer
06/4154 WAO, 06/4456 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd ten aanzien van belastingaspecten. In hoger beroep voldoende arbeidskundige toelichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4154 WAO

06/4456 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[Betrokkene],

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 6 juli 2006, 05/2966 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

partijen.

Datum uitspraak: 4 juli 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens betrokkene heeft P.J. Reeser, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld en bij brief van 18 oktober 2006 enkele stukken ingezonden.

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld en tegen het hoger beroep van betrokkene verweer gevoerd. Bij schrijven van 11 april 2008 is een nadere arbeidskundige toelichting in het geding gebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2008. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door de heer Reeser. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.H.J.A. Olthof.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Het inleidende beroep is gericht tegen het besluit van 17 augustus 2005 ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Hierbij heeft het Uwv, voor zover van belang, gehandhaafd zijn besluit van 29 juli 2004.

2.1. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Uwv opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van betrokkene met bepalingen over de vergoeding van proceskosten en griffierecht.

3.1.1. Betrokkene is in hoger beroep gekomen tegen de verwerping van de door haar tegen de medische component van het bestreden besluit aangevoerde beroepsgrond.

3.1.2. Betrokkene verlangt per 14 november 2003 een hogere dan de haar naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65-80% verstrekte WAO-uitkering.

3.2.1. Het hoger beroep van het Uwv richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, nu is nagelaten de zogenaamde “G’s” op het uit het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem verkregen resultaat functiebeoordeling toe te lichten.

3.2.2. Ter zitting heeft het Uwv zijn standpunt gewijzigd. Thans onderschrijft het Uwv het door hem in hoger beroep aangevochten oordeel van de rechtbank, maar hij heeft betoogd dat met de door hem in hoger beroep overgelegde nadere arbeidskundige toelichting (alsnog) voldoende inzichtelijk is gemaakt dat de aan betrokkene voorgehouden functies voor haar geschikt zijn. Daarom heeft het Uwv de Raad gevraagd de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

4. De door de rechtbank beschreven feiten zijn tussen partijen niet in geschil. De Raad zal van deze feiten uitgaan.

5.1. De Raad kan zich volledig vinden in de verwerping van de medische beroepsgrond door de rechtbank. De (para-)medische rapportages waarop betrokkene zich in hoger beroep heeft beroepen, hebben geen betrekking op de in geschil zijnde datum

14 november 2003.

5.2. Met de rechtbank is de Raad voorts van oordeel dat de motivering van het bestreden besluit niet voldeed, bij gebreke van een toelichting van de van een G voorziene belastingaspecten in het resultaat functiebeoordeling. Dit gebrek is in hoger beroep echter hersteld, met de arbeidskundige toelichting van 11 april 2008. Hierin vindt de Raad aanleiding om te voldoen aan het verzoek van het Uwv om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Daartoe dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd, voor zover daarbij het Uwv is opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar.

5.3. Het Uwv zal in de kosten van het geding in hoger beroep worden veroordeeld, aan de zijde van betrokkene wegens de haar verleende rechtsbijstand begroot op € 644,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, uitsluitend in zoverre daarbij het de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar;

Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten in hoger beroep tot een bedrag van € 644, te voldoen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan betrokkene;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan betrokkene het door haar in hoger beroep betaalde griffierecht ad € 105,- aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.W.A. Schimmel.

RB