Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD6234

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
03-07-2008
Zaaknummer
06-6907 WVG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zal betrokkene met uitsluitend goede verlichting boven de eettafel, de wasmachine en de droger bij het normale gebruik van haar woning beperkingen zal ondervinden? Vervanging aanrechtblad algemeen gebruikelijk?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2008, 220
RSV 2008, 270
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6907 WVG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 16 oktober 2006, 06/1375 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

[Betrokkene] (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 25 juni 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft [naam J.A.C. M.] een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2008. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door A.A.M. Mommersteeg, werkzaam bij de gemeente Vught. Als medegemachtigde van appellant was aanwezig C. Koedood, werkzaam bij Trivium adviesbureau. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door [Naam J.A.C. M.]. Als tolk was aanwezig Y. Hofkamp.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Betrokkene, geboren op [datum] 1962, lijdt aan het syndroom van Usher. Zij ondervindt als gevolg hiervan ernstige visus- en gehoorstoornissen.

1.2. Betrokkene heeft op 24 september 2003 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (hierna: Wvg) woonvoorzieningen aangevraagd. Zij heeft verzocht om het aanbrengen van een deurtelefoon met beeldscherm en om aanpassing van de verlichting.

1.3. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft B. Jungblut, ergotherapeute bij Sensis, op

3 maart 2004 advies uitgebracht ter aanpassing van de verlichting in de woning van betrokkene. Aangegeven is dat taakverlichting en omgevingsverlichting dienen te worden aangebracht. Daarbij is de algemene eis gesteld dat ter voorkoming van adaptatieproblemen een goede spreiding van het licht noodzakelijk is. Naast aanpassing van de verlichting is geadviseerd het in de keuken aanwezige, lichtgrijs gekleurde, aanrechtblad te vervangen door een donkergrijs gekleurd aanrechtblad.

1.4. Het Regionaal indicatieorgaan ’s-Hertogenbosch heeft appellant van advies gediend. Het heeft zich op het standpunt gesteld dat alle door Sensis geadviseerde aanpassingen algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn.

2.1. Bij besluit van 3 augustus 2004 heeft appellant de aanvraag van betrokkene afgewezen.

2.2. Naar aanleiding van het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 3 augustus 2004 heeft appellant Chambers Consultancy verzocht om op basis van het advies van Sensis aan te geven welke voorzieningen voor betrokkene kunnen worden aangemerkt als algemeen gebruikelijk en welke als niet te vermijden meerkosten. Bij advies van

21 februari 2005 heeft Chambers Consultancy aangegeven welke aanpassingen van de verlichting voor betrokkene noodzakelijk worden geoordeeld. De kosten van deze aanpassingen zijn geraamd op € 15.079,11 (exclusief de kosten voor het vervangen van het aanrechtblad).

2.3. Appellant heeft ter verkrijging van een second opinion advies gevraagd aan Trivium. Trivium heeft bij advies van 5 augustus 2005 aangegeven dat er een indicatie bestaat voor taakverlichting ter plekke van de eettafel, de wasmachine en de droger. De kosten van deze aanpassingen zijn geraamd op € 1.694,32.

3. Bij besluit van 10 januari 2006 heeft appellant het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 3 augustus 2004 gegrond verklaard en conform het advies van Trivium een woonvoorziening toe-gekend tot een bedrag van maximaal € 1.694,32. Hieraan ligt het standpunt ten grondslag dat het advies van Trivium, waarin uitgebreid is gemotiveerd waarom op bepaalde plaatsen wel en waar-om op bepaalde plaatsen geen extra verlichting noodzakelijk is, op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

4.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van

10 januari 2006 - met een bepaling over het griffierecht - gegrond verklaard, het besluit van 10 januari 2006 vernietigd en appellant opgedragen met inachtneming van haar uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank heeft overwogen dat de aanpassing van de verlichting bij de eettafel, de wasmachine en de droger onvoldoende is om betrokkene in staat te stellen tot het verrichten van elementaire woonfuncties. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Wvg-zorgplicht in het onderhavige geval met zich meebrengt dat appellant tenminste de kosten van de aanpassing, zoals beschreven in het advies van Sensis, van de gehele eerste woonlaag (lees: begane grond) van de woning van betrokkene dient te vergoeden. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat in het advies van Sensis wordt uitgegaan van een egale lichtverdeling, waardoor adaptatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. De rechtbank heeft voorts aangegeven dat appellant ten onrechte de kosten van vervanging van het aanrechtblad niet voor vergoeding in aanmerking heeft gebracht. Anders dan appellant acht de rechtbank deze kosten niet algemeen gebruikelijk. Met appellant heeft de rechtbank geoordeeld dat de kosten van het aanbrengen van een deurtelefoon met beeldscherm niet voor vergoeding in aanmerking komen.

4.2. Appellant heeft zich tegen de uitspraak van de rechtbank gekeerd.

4.3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank bij de beoordeling van de aanpassing van de verlichting ten onrechte voorbij is gegaan aan het advies van Trivium. Voorts heeft de rechtbank de vervanging van het aanrechtblad – naar de mening van appellant - ten onrechte aangemerkt als een niet algemeen gebruikelijke voorziening.

4.4. Betrokkene heeft in haar verweerschrift benadrukt dat plaatselijke verlichting het leven voor haar juist nog ingewikkelder maakt. In verband met adaptatieproblemen

hebben haar ogen tijd nodig om over te schakelen van een goed verlichte plek naar een minder goed verlichte plek, waardoor ze bij een verplaatsing in huis steeds het gevoel heeft in een zwart gat te stappen.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1. Verlichting

5.1.1. In artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wvg is het begrip woonvoorziening als volgt gedefinieerd:

“Elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt (...).”

5.1.2. De Raad stelt vast dat appellant zich in de fase van bezwaar na ontvangst van de adviezen van Sensis en Chambers Consultancy, ter verkrijging van een second opinion, heeft gewend tot Trivium en dat hij dit laatste advies aan zijn besluit van 10 januari 2006 ten grondslag heeft ge-legd. Daartoe is enkel overwogen dat dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen. Aldus heeft ap-pellant echter ten onrechte niet gemotiveerd waarom de

adviezen van Sensis en Chambers Consultancy niet toereikend waren. Dit klemt te meer, nu met het volgen van het advies van Trivium niet is voldaan aan de door Sensis gestelde eis van egale spreiding van het licht in verband met de adaptatieproblemen van

betrokkene. Het advies van Trivium heeft ook de Raad er niet van kunnen overtuigen dat betrok-kene met uitsluitend goede verlichting boven de eettafel, de wasmachine en de droger bij het nor-male gebruik van haar woning geen beperkingen zal ondervinden.

5.1.3. De grief van appellant dat de rechtbank ten onrechte aan het advies van Trivium is voorbij gegaan slaagt dan ook niet.

5.2. Aanrechtblad

5.2.1. Artikel 2, eerste lid, van de Wvg bepaalt, voor zover hier van belang, dat het gemeentebestuur zorg draagt voor de verlening van woonvoorzieningen ten behoeve van de in de gemeente woonachtige gehandicapten en dat de gemeenteraad met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wvg daartoe bij verordening regels vaststelt.

5.2.2. In de gemeente Vught is aan de in artikel 2, eerste lid, van de Wvg bedoelde regelingsopdracht voldaan door vaststelling van de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Vught 2004 (hierna: Verordening).

5.2.3. Artikel 1.2 van de Verordening bepaalt (voor zover van belang):

“3. Geen voorziening wordt toegekend:

a. indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is.”

5.2.4. Met appellant is de Raad van oordeel dat de rechtbank ten onrechte de kosten van vervan-ging van het aanrechtblad niet heeft aangemerkt als een algemeen gebruikelijke voorziening. Een aanrechtblad moet als algemeen gebruikelijk worden beschouwd, omdat het normaal in de handel verkrijgbaar is en niet specifiek voor gehandicapten is

ontworpen. Dat het voor betrokkene geadviseerde aanrechtblad voorzien dient te zijn van een don-kergrijze, niet-reflecterende kleur, maakt dit niet anders.

5.2.5. Het vorenstaande brengt mee dat de terzake aangevoerde grief slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd.

5.3. De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak behoudens voor zover daarin is beslist over het griffierecht;

Verklaart het beroep gegrond;

Vernietigt het besluit van 10 januari 2006 voor zover het betrekking heeft op de

verlichting;

Bepaalt dat appellant in zoverre een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en J.N.A. Bootsma en

H.C.P. Venema als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J. Bernhagen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2008.

(get.) R.M. van Male

(get.) M.J. Bernhagen

OA