Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD5727

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-06-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
06-4394 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlaging WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. De eerder door de Raad gesignaleerde onvolkomenheden betreffende het CBBS zijn in voldoende mate opgeheven met de aanpassingen van dit systeem.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4394 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 22 juni 2006, 05/4270 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 27 juni 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. K.I. Meijering, werkzaam bij de Bond van Nederlandse militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers, een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft daarop een reactie toegezonden. Voorts heeft appellant op 29 april 2008 nog een rapport van zijn bezwaararbeidsdeskundige toegezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2008. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door F.P.L. Smeets. Betrokkene is verschenen bij zijn gemachtigde mr. Meijering.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 7 september 2004 heeft appellant de uitkering van betrokkene ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 8 november 2004 verlaagd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.

1.2. Appellant heeft bij besluit van 27 september 2005 (hierna: het bestreden besluit) het door betrokkene gemaakte bezwaar tegen het besluit van 7 september 2004 ongegrond verklaard.

2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het arbeidskundige gedeelte van het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen voor het vernietigde gedeelte een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tevens heeft de rechtbank beslissingen gegeven tot vergoeding aan betrokkene van griffierecht en gemaakte proceskosten.

2.2. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van 9 november 2004 (o.a. LJN: AR4716) weliswaar aanpassingen heeft gepleegd aan het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS), maar dat niet alle aan dat systeem klevende gebreken daarmee zijn opgeheven. Naar haar oordeel zou dat wel het geval zijn, indien in de Functionele Mogelijkheden Lijst (of door het verstrekken van een lijst) de normaalwaarden inclusief interpretatiekader van het CBBS-handboek worden weergegeven en verder bij iedere signalering wordt verklaard waarom de functie ondanks de signalering geschikt kan worden geacht. Nu in het voorliggende geval niet aan deze vereisten is voldaan, mist de onderhavige schatting naar het oordeel van de rechtbank een toereikend niveau van transparantie, verifieerbaarheid en toetsbaarheid, zodat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3.1. In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit wel aan de vereisten voldoet, aangezien met de door hem gepleegde aanpassingen aan het CBBS een juiste uitvoering is gegeven aan de hierboven genoemde uitspraken van de Raad van 9 november 2004. Er is daarmee een zodanig niveau van verifieerbaarheid, inzichtelijkheid en toetsbaarheid bereikt van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, dat dit systeem voldoende onderbouwing geeft voor een besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid. Naar aanleiding van de uitspraken van 12 oktober 2006 (o.a. LJN: AY9971), waarin de Raad naderhand een oordeel heeft gegeven over die aanpassingen, heeft appellant nog een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 28 april 2008 in het geding gebracht.

3.2. Betrokkene heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat met laatstgenoemd rapport van de bezwaararbeidsdeskundige weliswaar is voldaan aan de vereisten die de Raad aan de arbeidskundige onderbouwing van een besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid stelt, maar dat dit in zijn situatie pas in een laat stadium van de hoger beroepsprocedure is gebeurd.

4.1. De Raad overweegt allereerst ambtshalve, met verwijzing naar zijn uitspraken van 16 maart 2005 (LJN: AT1852) en 23 januari 2008 (LJN: BC2880), dat de arbeidskundige component van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling niet is aan te merken als een zelfstandig deelbesluit en daarom ook niet bestaat uit een onderdeel van een besluit als bedoeld in artikel 6:13 van de Awb. Zoals de Raad in genoemde uitspraken, alsook in zijn uitspraak van 28 november 2007 (LJN: BB9311) heeft overwogen, betekent dit dat voor gedeeltelijke vernietiging geen plaats is.

4.2. Voorts overweegt de Raad met betrekking tot het standpunt van appellant in hoger beroep als volgt.

4.2.1. De Raad deelt de analyse van appellant, inhoudende dat met de uitspraken van 12 oktober 2006 is uitgemaakt dat de eerder door de Raad gesignaleerde onvolkomenheden betreffende het CBBS in voldoende mate zijn opgeheven met de aanpassingen van dit systeem. De Raad heeft het genoegzaam aannemelijk geacht dat het aangepaste systeem mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid van een betrokkene in de geselecteerde functies alle onderkent en signaleert. Dit betreft zowel de zogenoemde matchende als niet-matchende beoordelingspunten. Deze zullen zich doorgaans voordoen indien een betrokkene door de verzekeringsarts beperkt is geacht ten opzichte van de normaalwaarde of indien in een functie een belasting wordt gevraagd die meer bedraagt dan de normaalwaarde.

4.2.2. In zijn uitspraak van 22 februari 2008 (LJN: BC4826) heeft de Raad voorts overwogen dat het oordeel van de rechtbank, dat een toereikende inzichtelijkheid en toetsbaarheid van de schatting slechts wordt bereikt, indien door het Uwv een lijst met normaalwaarden inclusief interpretatiekader wordt verstrekt, geen steun vindt in de hiervóór samengevatte rechtspraak van de Raad.

4.2.3. Aldus kan de rechtbank niet worden gevolgd in haar zienswijze dat het bestreden besluit om deze reden niet zorgvuldig tot stand is gekomen en niet deugdelijk is gemotiveerd.

4.3. Op grond van het geheel van de voorliggende CBBS-gegevens, bezien in samenhang met de verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige gegevens, alsmede het in hoger beroep ingebrachte arbeidskundige rapport waarin een aanvullende toelichting is gegeven bij enkele nog niet toegelichte signaleringen, is thans naar het oordeel van de Raad voldoende inzichtelijk en toetsbaar dat de in dit geval als grondslag voor de schatting in aanmerking genomen functies ook werkelijk geschikt zijn te achten voor betrokkene.

4.4. Dit alles leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd voor zover daarbij het arbeidskundige gedeelte van het bestreden besluit is vernietigd, het Uwv is opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak en het bestreden besluit voor het overige in stand is gelaten. Voor zover daarbij het beroep gegrond is verklaard en beslissingen zijn genomen over griffierecht en proceskosten blijft de aangevallen uitspraak echter in stand.

4.5. Doende hetgeen de rechtbank voor het overige zou behoren te doen, zal de Raad het bestreden besluit geheel vernietigen en bepalen dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

5. Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat appellant de proceskosten van betrokkene in beroep en in hoger beroep ten bedrage van in totaal € 1.288,- vergoedt, zodat de Raad hiervoor geen beslissing meer hoeft te geven.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij het arbeidskundige gedeelte van het bestreden besluit is vernietigd en aan appellant is opgedragen daarvoor in de plaats een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak en het bestreden besluit voor het overige in stand is gelaten;

Vernietigt het bestreden besluit geheel;

Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) R.L. Rijnen.

RB