Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD5255

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-06-2008
Datum publicatie
24-06-2008
Zaaknummer
06-4745 WAZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAZ-uitkering. Analfabetisme. In geduide functies worden mondelinge instructies gegeven en wordt er geen beroep gedaan op de leesvaardigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4745 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 juli 2006, 05/2217 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 juni 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Tevens heeft appellant een brief van 17 augustus 2006 van zijn huisarts J.G. Bos overgelegd.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend met daarbij een rapportage van 10 oktober 2006 van bezwaarverzekeringsarts J.M. Fokke. Op 5 februari 2007 heeft het Uwv een rapportage van 2 februari 2007 van arbeidsdeskundige H. van Gelder overgelegd.

Op 6 februari 2007 heeft de huisarts van appellant nogmaals informatie overgelegd. Het Uwv reageert hierop door middel van een rapportage van 28 februari 2007 van bezwaarverzekeringsarts J.M. Fokke.

Appellant overlegt medische informatie van een kliniek in Duitsland en de vrouw van appellant geeft op 12 oktober 2007 haar visie over de klachten van appellant. Tevens overlegt appellant medische informatie van 10 juni 1994 van huisarts F. Strumphler en medische informatie van 15 februari 2008 van de reumatoloog A.E. van der Bijl.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2008. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.L. Gerritsen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als zelfstandige in ambulante handel in kleding en textiel toen hij zich op 19 januari 2004 wederom arbeidsongeschikt meldde ten gevolge van oog- en darmklachten. Het Uwv heeft bij besluit van 27 april 2005 met ingang van 16 februari 2004 de uitkering van appellant ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen (WAZ) welke werd berekend volgens de klasse 45 tot 55%, herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2.1 De verzekeringsarts W.M. van der Boog heeft op 13 december 2004 gerapporteerd. In dit rapport zijn de oog- en darmklachten beschreven en is aangegeven dat informatie opgevraagd zal worden bij de behandelende sector. Van der Boog heeft de mogelijkheden en beperkingen van appellant vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 20 december 2004. Naar aanleiding van de ontvangen medische informatie van de oogarts en de huisarts heeft de verzekeringsarts opnieuw gerapporteerd op 20 juni 2005 waarbij hij heeft aangegeven dat er geen aanleiding is om de vastgestelde belastbaarheid te wijzigen. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige S. Sijens blijkens een rapport van

23 juni 2005 na functieduiding het verlies aan verdienvermogen berekend op nihil. Dienovereenkomstig heeft het Uwv bij besluit van 22 juli 2005 met ingang van 23 september 2005 de WAZ-uitkering ingetrokken.

2. In de bezwaarprocedure heeft de bezwaarverzekeringsarts J.M. Fokke in een rapport van 3 november 2005 aangegeven geen aanleiding te zien af te wijken van het medisch oordeel van verzekeringsarts Van der Boog. In de geduide functies is volgens Fokke geen sprake van overschrijding van de belastbaarheid op functieonderdelen. De bezwaararbeidsdeskundige J. Tip heeft in een rapport van 3 oktober 2005 de signaleringen bij de geduide functies besproken. Vervolgens verklaarde het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 22 juli 2005 bij zijn besluit van

10 november 2005 ongegrond.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het besluit van 10 november 2005 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank onderschreef - kort gezegd - de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

4. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat er geen rekening is gehouden met zijn recente gezondheidsverslechtering en heeft appellant brieven van 17 augustus 2006 en van 6 februari 2007 van de huisarts J.G. Bos overgelegd. Tevens heeft appellant nog brieven overgelegd van 3 en 4 april 2007 van Duitse artsen en brieven van 22 augustus 2007 en 15 februari 2008 van de afdeling radiologie en reumatologie van het Diaconessenhuis Meppel.

5.1.1. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Uit de in bezwaar en hoger beroep beschikbaar gekomen informatie van de behandelaars van appellant valt volgens de Raad niet af te leiden dat appellant op de datum in geding ernstiger beperkt was dan het Uwv heeft aangenomen. De hiervoor onder 4. vermelde informatie ziet op tijdstippen die na de in geding zijnde datum liggen. Voor wat betreft de grief met betrekking tot de oogklachten heeft appellant ter zitting verklaard dat de oogklachten sinds de operatie in 1994 niet wezenlijk zijn veranderd.

5.1.2. Met betrekking tot de grief van appellant dat hij niet kan lezen en schrijven en hierdoor de geduide functies niet kan vervullen, merkt de Raad het volgende op. De Raad stelt vast dat de schatting thans berust op de functies medewerker tuinbouw (sbc-code 111010), vleeswarenmaker, slachter (sbc-code 271070) en inpakker (sbc-code 111190). In al deze functies worden mondelinge instructies gegeven en wordt er geen beroep gedaan op de leesvaardigheid van appellant. De Raad is, in aanmerking genomen de nadere motivering van de belasting in deze functies in het licht van de voor appellant aangenomen beperkingen, van oordeel dat deze functies voor appellant geschikt moeten worden geacht.

5.2. Ter zitting van de Raad heeft appellant aangevoerd dat hij geen baan kan vinden. De Raad merkt hierover het volgende op. Volgens artikel 2, vijfde lid, van de WAZ wordt bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen. Om die reden kan deze grief van appellant niet slagen.

5.3. Uit al het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2008.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M. Lochs.

JL