Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD4115

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-06-2008
Datum publicatie
17-06-2008
Zaaknummer
07-5072 CSV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij gebreke van een deugdelijke administratie van de uitbetaalde bedragen mag het Uwv een redelijke schatting van het premieloon maken, waarbij zo veel mogelijk wordt uit gegaan van de wel aanwezige gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5072 CSV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2007, 06/3083 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 10 juni 2008.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2008. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. D.W.H.M. Wolters, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. Zwanink, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en de daarop rustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.

Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

Appellant exploiteert sinds mei 2001 [naam Taxibedrijf]. Uit een onderzoek door de Belastingdienst, waarvan op 29 juni 2004 rapport is opgemaakt, is gebleken dat sprake is van ernstige gebreken in de loonadministratie van appellant, en dat appellant niet heeft voldaan aan de ingevolge artikel 10 van de CSV op de werkgever rustende verplichting om aan het Uwv opgave te doen van het door de werknemers in zijn taxibedrijf genoten loon. Op basis van de resultaten van dit onderzoek heeft een administratief controleur van het Uwv in een rapport van 7 juli 2004 een schatting gemaakt van de door appellant verschuldigde premies ingevolge de werknemersverzekeringen.

Op 19 juli 2004 heeft het Uwv ten laste van appellant correctienota’s over de jaren 2001 tot en met 2003 opgelegd.

Op basis van een gewijzigde berekening van de Belastingdienst, neergelegd in een brief van 5 juli 2005 en resulterend in een vermindering van de naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2001 tot en met 2003, heeft het Uwv in een rapport van 6 december 2005 een nieuwe berekening gemaakt van de door appellant verschuldigde premies. Gelet op het feit dat deze nieuwe berekening voor alle jaren in geding nadeliger is dan de berekening waarop de correctienota’s van 19 juli 2004 zijn gebaseerd, heeft het Uwv appellant medegedeeld niet terug te komen op de correctienota’s van 19 juli 2004. Bij besluit van 6 januari 2006 heeft het Uwv de bezwaren van appellant tegen de correctienota’s van 19 juli 2004 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich gemotiveerd gekeerd tegen de aangevallen uitspraak.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De Raad stelt vast dat niet bestreden wordt dat de door appellant gevoerde loonadministratie geen juist beeld gaf van de door hem betaalde lonen en dat die administratie dan ook niet als grondslag voor de premieheffing kan dienen. Bij gebreke van een deugdelijke administratie van de uitbetaalde bedragen mag het Uwv ingevolge vaste rechtspraak van de Raad een redelijke schatting van het premieloon maken, waarbij het Uwv zo veel mogelijk dient uit te gaan van de wel aanwezige gegevens. Aan deze voorwaarden heeft het Uwv in voldoende mate voldaan. Daarbij acht de Raad mede van belang dat het Uwv bij de schatting (in het voordeel van appellant) geen rekening heeft gehouden met de eventueel van toepassing zijnde onregelmatigheidstoeslag en dat (bij de tweede berekening) het voor de chauffeurs gehanteerde loon zorgvuldigheidshalve naar beneden is afgerond. Appellant heeft in hoger beroep weliswaar enkele grieven aangevoerd tegen de aan de schatting ten grondslag gelegde uitgangspunten en een alternatieve berekening van de verschuldigde premies overgelegd, maar de Raad stelt vast dat appellant deze grieven noch deze alternatieve berekening (voldoende) geadstrueerd heeft. Dat mogelijk naar te hoge bedragen premies zijn vastgesteld, moet voor rekening en risico van appellant komen, nu hij heeft verzuimd een juiste administratie te voeren inzake de arbeidsinzet van zijn werknemers en hun verdiensten.

Hetgeen appellant voor het overige naar voren heeft gebracht heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en G. van der Wiel en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2008.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) C. de Blaeij.

AB