Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3748

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
06-6209 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering wegens korting op WAO-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6209 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 september 2006, 06/1541 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 30 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2008.

Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.M.W. van der Helm.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit op bezwaar van 26 augustus 2004 heeft het Uwv aan appellante medegedeeld dat haar uitkering, die laatstelijk sinds 1980 berekend werd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, in verband met inkomsten uit arbeid wordt uitbetaald overeenkomstig de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%.

Vervolgens is aan haar bij besluit van 7 december 2005 meegedeeld dat het over de periode 21 april 2003 tot en met 31 juli 2004 teveel betaalde bedrag aan uitkering ad € 6.676,92 van haar wordt teruggevorderd.

Bij beslissing op bezwaar van 24 maart 2006 (het bestreden besluit) heeft het Uwv dit besluit gehandhaafd. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Van deze uitspraak is appellante in hoger beroep gekomen, waarbij zij haar reeds eerder naar voren gebrachte grieven, neerkomend op een beroep op het dringende redenen en het vertrouwensbeginsel, heeft herhaald.

Het Uwv heeft bij wijze van verweer volstaan met een verwijzing naar de aangevallen uitspraak. Desgevraagd door de Raad is nog wel een schriftelijke toelichting gegeven, en ter zitting zijn excuses aangeboden voor de verwarring die bij appellante is ontstaan naar aanleiding van door hem met appellante gevoerde correspondentie, die door appellante bij schrijven van 2 april 2008 in het geding is gebracht. Deze betrof onduidelijkheden in de berekening van de hoogte van het terug te betalen bedrag als gevolg van het besluit van 26 augustus 2004 voornoemd, waarbij het bezwaar tegen een eerder besluit van

25 mei 2004 gegrond was verklaard.

De Raad oordeelt dat hetgeen appellante naar voren heeft gebracht niet leidt tot een gegrondverklaring van het hoger beroep. Hetgeen zij in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank, zodat deze moet worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en A.T. de Kwaasteniet en R. Kruisdijk als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

TM