Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3716

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-06-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
06-4427 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking (volledige) WAJONG-uitkering: minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. minder dan 25% bedraagt. CBBS-2.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4427 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 juni 2006, 06/93 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 10 juni 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene is een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2008. Namens appellant is verschenen E.H.J.A. Olthof, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat bij zijn oordeelsvorming op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene ontving sinds 23 oktober 1997 een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het betrof laatstelijk een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), die was berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft appellant bij besluit van 8 juni 2005 de Wajong-uitkering van betrokkene met ingang van 7 augustus 2005 ingetrokken omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedraagt. Het Uwv heeft het tegen dit besluit door betrokkene gemaakte bezwaar bij besluit van 5 december 2005 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

1.3. In beroep heeft betrokkene zich gekeerd tegen de medische grondslag van het bestreden besluit en de (motivering van) de medische geschiktheid van de geduide functies.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het arbeidskundige gedeelte van het bestreden besluit vernietigd, het bestreden besluit voor het overige in stand gelaten en appellant opgedragen, voorzover het bestreden besluit is vemietigd, een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van haar uitspraak. De rechtbank heeft tevens beslissingen gegeven over vergoeding aan betrokkene van griffierecht en proceskosten.

2.1. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de medische grondslag van het bestreden besluit stand houdt.

2.2. Ten aanzien van de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit heeft de rechtbank overwogen dat met de aanpassingen die appellant heeft aangebracht in het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) niet alle onvolkomenheden van dat systeem zijn opgeheven die de Raad in zijn uitspraken van 9 november 2004

(o.a. LJN AR4716) heeft geconstateerd. De rechtbank stelde voorts vast dat, ten tijde van het bestreden besluit alle signaleringen waren verklaard, zich op dat moment in het dossier geen aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) bevond en ook niet een lijst aanwezig was waarin de normaalwaarden inclusief interpretatiekader staan vermeld. Volgens de rechtbank ontbeerde de onderhavige schatting een als toereikend aan te merken niveau van transparantie, verifieerbaarheid en toetsbaarheid, zodat het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft er tot slot op gewezen dat het bestreden besluit enkel wat betreft de arbeidskundige kant van de schatting wordt vernietigd, dat appellant ten aanzien van dat gedeelte een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, dat de medische kant van de schatting kan standhouden en dat betrokkene, wanneer zij zich met dat laatste niet kan verenigen, hoger beroep kan instellen.

4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

4.1. Betrokkene heeft de Raad verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

4.2. Het hoger beroep van appellant richt zich, onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 22 februari 2008,

LJN BC4826, uitsluitend tegen in 2.2. weergegeven overweging in de aangevallen uitspraak.

4.3. De Raad overweegt ambtshalve dat, zoals hij in zijn uitspraak van 16 maart 2005, LJN AT1852, heeft geoordeeld, de arbeidskundige component van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling niet is aan te merken als een zelfstandig deelbesluit en een besluit tot vaststelling van het recht op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan ook niet in zoverre kan worden vernietigd. Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 13 mei 2008, LJN BD1231, overweegt de Raad voorts dat een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling derhalve ook niet bestaat uit onderdelen van een besluit als bedoeld in (de wetsgeschiedenis van) artikel 6:13 van de Awb. Zoals de Raad heeft overwogen in zijn uitspraken van 16 maart 2005 en 23 januari 2008, LJN BC2880, alsook in zijn uitspraak van 28 november 2007, LJN BB9311, betekent dit dat voor een gedeeltelijke vernietiging als de onderhavige geen plaats is. Dit geldt ook voor besluiten die een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling inhouden op grond van de Wajong.

4.4. Verder overweegt de Raad, onder verwijzing naar zijn uitspraak van 22 februari 2008, LJN BC4826, dat zijn uitspraken van 12 oktober 2006, o.a. LJN AY9971, waarin de Raad heeft vastgesteld dat met de inmiddels aangebrachte aanpassingen de aan het CBBS klevende onvolkomenheden, zoals deze zijn beschreven in de uitspraken van 9 november 2004, in voldoende mate zijn opgeheven, geen steun bieden voor het oordeel van de rechtbank dat een toereikende inzichtelijkheid en toetsbaarheid van de schatting slechts wordt bereikt als het Uwv een lijst met normaalwaarden inclusief interpretatiekader verstrekt. Dit betekent dat de grief van appellant, aangeduid in 4.2., terecht is opgeworpen.

4.5. Tenslotte stelt de Raad vast dat de rechtbank terecht overweegt dat de overschrijdingen van betrokkenes belastbaarheid door de desbetreffende arbeidsdeskundige verklaard zijn. De Raad voegt daaraan toe geen aanleiding te hebben voor twijfel aan de inzichtelijkheid en juistheid van het oordeel daarover van die arbeidsdeskundige.

4.6. De conclusie luidt dat de rechtbank het bestreden besluit ten onrechte gedeeltelijk heeft vernietigd. Die uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. Het beroep van betrokkene zal ongegrond worden verklaard.

5. Er is geen aanleiding om een der partijen in de proceskosten te veroordelen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 5 december 2005 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2008.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.R.A. van Raaij.

JL