Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3680

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
07-441 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring van het hoger beroep. Geen materieel procesbelang. Aanvraag bijzondere bijstand door het College positief beslist. Geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/441 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 januari 2007, 06/1075 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: College)

Datum uitspraak: 27 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. den Arend–de Winter, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in het geding met reg.nr. 07/440, plaatsgevonden op 15 april 2008, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Den Arend-de Winter en waar het College zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. H.H. Nicolai, werkzaam bij de gemeente Rotterdam. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. In deze zaak wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Op 16 november 2004 heeft appellant verzocht om bijzondere bijstand in de kosten van epilatie door middel van een flashlightlamp. Bij besluit van 4 november 2005 heeft het College deze aanvraag afgewezen.

Bij besluit van 10 februari 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 4 november 2005 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 10 februari 2006 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Ter zitting heeft de gemachtigde van appellant verklaard dat op een latere aanvraag van appellant om bijzondere bijstand in de kosten van epilatie door middel van een flashlightlamp door het College positief is beslist en dat appellant over de voorliggende periode geen kosten voor een dergelijke behandeling heeft gemaakt. Voorts heeft de gemachtigde van appellant verklaard dat appellant in verband daarmee geen materieel procesbelang meer heeft bij de beoordeling door de Raad van de aangevallen uitspraak en dat het enige procesbelang van appellant is gelegen in een proceskostenveroordeling.

Naar het oordeel van de Raad kan het belang bij de beoordeling van de aangevallen uitspraak niet zijn gelegen in de mogelijkheid tot het verkrijgen van een veroordeling in gemaakte proceskosten, aangezien de bevoegdheid van de administratieve rechter tot een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet is beperkt tot gevallen waarin het beroep gegrond wordt verklaard. De Raad verwijst naar zijn vaste rechtspraak ter zake (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 4 februari 1997, LJN ZB6628). Nu de gemachtigde van appellant heeft verklaard dat appellant overigens geen enkel belang heeft bij de beoordeling van de aangevallen uitspraak door de Raad, zal de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Hij neemt daarbij in aanmerking dat de omstandigheid dat het College positief heeft beslist op een latere aanvraag van appellant om bijzondere bijstand in de kosten van epilatie door middel van een flashlight lamp niet impliceert dat het College in de onderhavige procedure aan appellant is tegemoet gekomen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en J.M.A. van der Kolk-Severijns en J.J.A. Kooijman als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Badermann als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2008.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) A. Badermann.

AR