Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3663

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
06-2230 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij nader besluit geheel tegemoetgekomen aan bezwaar. Vergoeding wettelijke rente, proceskosten en kosten medisch advies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/2230 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 14 maart 2006, 04/1982 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv)

Datum uitspraak: 30 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.M. Pommé, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 21 januari 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 22 januari 2008 heeft mr. Pommé, voornoemd, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en de Raad verzocht het Uwv te veroordelen wat de proceskosten, wettelijke rente en betaalde griffierechten betreft.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om verweer te voeren.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna de Raad het onderzoek heeft gesloten.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van

artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellante het hoger beroep heeft ingetrokken aangezien het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 21 januari 2008 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.

Nu aldus aan appellante is tegemoetgekomen, is er aanleiding het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995 (LJN: ZB1495).

Voorts is er aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De reiskosten van appellante in beroep worden begroot op € 12,52.

Met betrekking tot de vordering van € 200,- inzake de kosten voor medisch advies van drs. R. Neuhaus en de vordering van € 35,80 voor ingewonnen informatie bij de huisarts, welke geen van beide door het Uwv zijn bestreden, is de Raad van oordeel dat deze vorderingen dienen te worden toegewezen.

Voorts merkt de Raad op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot het Uwv kan wenden.

Tot slot merkt de Raad op dat, aangezien in beide rechterlijke instanties een toevoeging krachtens de Wet op rechtsbijstand is verleend, het (gehele) bedrag van de kosten dienen te worden betaald aan de griffier van de Raad.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de wettelijke rente te berekenen als hiervoor is aangegeven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 892,32 te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2008.

(get.) G.J.H. Doornewaard

(get.) M.C.T.M. Sonderegger

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

JL