Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3472

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
10-06-2008
Zaaknummer
06-5303 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zijn de toegekende bedragen ter zake van persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage in overeenstemming met de Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5303 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 augustus 2006, 05/6267 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellant

en

Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V., als rechtsopvolgster van OWM Zilveren Kruis Ziekenfonds U.A., gevestigd te Rotterdam (hierna: Zorgkantoor)

Datum uitspraak: 28 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht een hoger beroepschrift van appellant, gericht tegen de aangevallen uitspraak, aan de Raad doorgezonden.

Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2008. Appellant is niet verschenen. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Ganner, werkzaam bij het Zorgkantoor.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 11 juni 2005 heeft het Zorgkantoor aan appellant een netto persoonsgebonden budget ten behoeve van huishoudelijke verzorging toegekend over de periode van 10 augustus 2005 tot en met 31 december 2005 ten bedrage van € 880,95.

1.2. Op 19 augustus 2005 heeft het Zorgkantoor een gewijzigd indicatiebesluit van de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg van 11 augustus 2005 ontvangen, waarin geen huishoudelijke verzorging wordt geïndiceerd, maar wel ondersteunende begeleiding en activerende begeleiding. Naar aanleiding daarvan heeft het Zorgkantoor bij besluit van

1 september 2005 aan appellant een netto persoonsgebonden budget ten behoeve van ondersteunende begeleiding en activerende begeleiding toegekend over de periode van 9 (lees: 10) augustus 2005 tot en met 31 december 2005 ten bedrage van € 4.603,04, waarbij rekening is gehouden met een eigen bijdrage van € 150,18.

1.3. Bij besluiten van 19 december 2005 en 21 december 2005 heeft het Zorgkantoor het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 juni 2005, dat met toepassing van artikel 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht mede gericht wordt geacht tegen het besluit van 1 september 2005, gedeeltelijk gegrond verklaard en de eigen bijdrage verlaagd tot € 83,89, waardoor het netto persoonsgebonden budget € 4.669,33 bedraagt.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat de grieven met betrekking tot de medische toestand van appellant niet in deze procedure kunnen worden beoordeeld. Deze kunnen slechts aan de orde komen in een geding gericht tegen het indicatiebesluit. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de bedragen ter zake van het persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage in overeenstemming met de Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet (hierna: Regeling) zijn toegekend. Appellant heeft zijn stellingen dat hij recht heeft op

€ 45.000,-- en op smartengeld, niet onderbouwd.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en maakt haar overwegingen tot de zijne. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, kan niet leiden tot het oordeel dat het persoonsgebonden budget ten onrechte is vastgesteld op de bedragen die zijn berekend in de besluiten van 19 december 2005 en 21 december 2005.

4.2. Op grond van hetgeen onder 4.1 is overwogen, komt de Raad tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2008.

(get.) R.M. van Male.

(get.) M. Pijper.

AR