Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3444

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
10-06-2008
Zaaknummer
06-4959 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Juiste beperkingen in acht genomen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4959 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 25 juli 2006, 06/65 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.J.L. van Santen, rechtshulpverlener te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2008. Appellant en zijn gemachtigde zijn daarbij, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich evenmin doen vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

Appellant was, ten gevolge van een motorongeval in september 1999, per 4 september 2000 in het genot van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, laatstelijk naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Na onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige heeft het Uwv bij besluit van 25 november 2004 de WAO-uitkering per 26 januari 2005 ingetrokken onder de overweging dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant minder dan 15% bedraagt.

Appellant heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij het bestreden besluit van 18 oktober 2005 ongegrond is verklaard. In dat besluit heeft het Uwv overwogen dat appellant, ondanks de bij hem bestaande beperkingen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft. Het Uwv heeft tevens overwogen dat appellant gezien deze mogelijkheden minder dan 15% arbeidsongeschikt moet worden geacht.

Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, welk beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond is verklaard. De rechtbank heeft aangegeven dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de ten aanzien van appellant vastgestelde belastbaarheid en heeft er daarbij op gewezen dat het Uwv rekening heeft gehouden met informatie die was ontvangen van medisch specialisten. De rechtbank heeft tevens overwogen dat appellant onvoldoende had onderbouwd waarom hij slechts twintig minuten kan zitten, terwijl evenmin aannemelijk was gemaakt waarom ten aanzien van hem meer psychische beperkingen hadden moeten worden aangenomen. De rechtbank zag, met het Uwv, geen aanleiding om ten aanzien van appellant een beperking aan te nemen ten aanzien van de duurbelasting of het werktempo. De rechtbank achtte ten slotte voldoende inzichtelijk gemaakt dat appellant de hem voorgehouden functies kan vervullen.

De Raad overweegt als volgt.

De stellingen van appellant in hoger beroep vormen in wezen een herhaling van hetgeen appellant reeds in eerste aanleg heeft aangevoerd en komen er op neer dat ten aanzien van hem meer beperkingen zouden moeten worden aangenomen. Aangezien de Raad met de rechtbank van oordeel is dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de ten aanzien van appellant vastgestelde belastbaarheid of de geschiktheid van de hem voorgehouden functies, en aangezien de conclusies van de rechtbank naar het oordeel van de Raad zijn voorzien van een juiste onderbouwing, volstaat de Raad er mee te verwijzen naar hetgeen de rechtbank in dit verband heeft vastgesteld en overwogen. De Raad ziet mitsdien geen aanleiding nader onderzoek door een onafhankelijke medisch deskundige te bevorderen en wijst het verzoek daartoe van appellant af. Het hoger beroep slaagt derhalve niet.

Voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht acht de Raad geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en H.G. Rottier en H. Bedee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij, uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2008.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.R.A. van Raaij.

JL