Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3360

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-05-2008
Datum publicatie
09-06-2008
Zaaknummer
06-6788 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Piketvergoeding. Uitbetalen van gewerkte uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6788 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 november 2006, 06/2412 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het Dagelijks Bestuur van de GGD Zuidoost-Brabant (hierna: dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 29 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 april 2008. Appellant is niet verschenen. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. de Visser, advocaat te ’s-Hertogenbosch, alsmede door drs. G.M.T. Biezemans, werkzaam bij de GGD Zuidoost-Brabant.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Appellant heeft van 1 juni 2003 tot 1 januari 2005 in tijdelijke dienst gewerkt als ambulancechauffeur bij de unit spoedeisende hulp van de GGD Zuidoost-Brabant. Tijdens dit dienstverband heeft appellant volgens afspraak voor de uren die hij in piketdienst heeft doorgebracht een piketvergoeding ontvangen; de uren die hij tijdens zijn piketdienst daadwerkelijk heeft gewerkt zijn uitbetaald als overwerkuren.

1.2. Bij brief van 2 september 2005 heeft appellant aan het dagelijks bestuur verzocht om alle piketuren uit te betalen als overwerkuren, omdat hij de piketdienst niet vanaf zijn huisadres heeft kunnen vervullen, maar tijdens piketdienst aanwezig moest zijn op de standplaats van de ambulance in Reusel, vanwege de reisafstand tot zijn woonplaats Valkenswaard. Appellant heeft berekend dat hij nog € 12.630,22 tegoed heeft. Voorts heeft hij aanspraak gemaakt op wettelijke verhoging vanwege te late betaling en op wettelijke rente.

1.3. Bij besluit van 17 oktober 2005 heeft het dagelijks bestuur de aanvraag van appellant afgewezen, om reden dat appellant tegen de verschillende salarisspecificaties geen bezwaar of beroep heeft ingesteld, zodat deze rechtens onaantastbaar zijn geworden. Het verzoek van appellant is daarom aangemerkt als een verzoek om terug te komen van rechtens onaantastbare besluiten en geoordeeld is dat appellant geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die het terugkomen van eerdere besluitvorming rechtvaardigen.

Het dagelijks bestuur heeft dit besluit, na bezwaar, gehandhaafd bij het bestreden besluit van 4 april 2006.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft het dagelijks bestuur in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om te weigeren terug te komen van zijn inmiddels rechtens onaantastbaar geworden besluit(en).

3. Naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd overweegt de Raad dat hij het oordeel van de rechtbank en de gronden waarop de rechtbank tot haar oordeel is gekomen onderschrijft. Naar vaste jurisprudentie van de Raad (CRvB 24 mei 2002, LJN AE3942 en TAR 2003, 6) ligt aan elke uitbetaling van salaris een besluit tot zodanige uitbetaling ten grondslag. Tegen zo’n besluit, dat meestal zichtbaar wordt in een salarisspecificatie, kan een belanghebbende die het met de hoogte van de betaling niet eens is, bezwaar maken en beroep instellen.

3.1. Niet betwist wordt dat appellant steeds salarisspecificaties heeft ontvangen waaruit duidelijk naar voren kwam dat voor piketdiensten een lage piketvergoeding werd uitbetaald en dat alleen overwerkvergoeding werd uitbetaald voor de tijdens piketdienst daadwerkelijk gewerkte uren. Eveneens staat vast dat appellant tegen de hoogte van de salarisbetalingen nooit bezwaar heeft gemaakt of anderszins nog tijdens de duur van zijn aanstelling te kennen heeft gegeven dat hij alle piketuren als overwerkuren uitbetaald wenste te zien. Het dagelijks bestuur heeft het verzoek van appellant dus terecht aange-merkt als een verzoek om terug te komen van rechtens vaststaande besluiten en heeft, nu appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om het verzoek zonder nader onderzoek af te wijzen.

3.2. De omstandigheid dat appellant niet op de hoogte was van de voor hem geldende ambtelijke regelgeving en zijn veronderstelling dat evenals in het civiele arbeidsrecht (aanvullende) loonvorderingen nog gedurende lange tijd na beëindiging van de dienstbetrekking kunnen worden ingediend, dienen voor zijn rekening en risico te worden gelaten. De Raad wijst er in dit verband nog op dat in het aanstellingsbesluit van appellant van 12 juni 2003 wordt verwezen naar de CAR/UWO en dat daarin geen enkele verwijzing naar het civiele arbeidsrecht is te vinden. Het had op de weg van appellant gelegen navraag te doen naar zijn beroepsmogelijkheden zodra de wijze van uitbetaling van piketuren hem duidelijk was.

4. Het vorenstaande leidt er toe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en M.C. Bruning en C.G. Kasdorp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2008.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) K. Moaddine.

HD

26.05.