Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD3356

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-05-2008
Datum publicatie
09-06-2008
Zaaknummer
07/4791 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Griffierecht niet binnen termijn betaald. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4791 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2007, 07/2179 en 07/1814 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

GVB Exploitatie B.V. (hierna: GVB)

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 20 december 2007 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2008. Namens appellant is verschenen mr. E.D. van Tellingen, advocaat te Almere. Het GVB heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant was aangesteld bij het voormalige gemeentelijke vervoerbedrijf van de gemeente Amsterdam. Bij besluit van 27 december 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders appellant bij wijze van straf ontslagen. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Bij de in rubriek I genoemde uitspraak heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Deze uitspraak berust hierop, dat het ingevolge artikel 22 van de Beroepswet verschuldigde griffierecht niet is ontvangen binnen de daartoe gestelde termijn.

2. In het verzetschrift en ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van appellant onder meer aangevoerd dat hij de eerste, niet aangetekend verzonden acceptgiro niet heeft ontvangen en dat hij enkel een aangetekend verzonden herinneringsbrief met betrekking tot het verschuldigde griffierecht heeft ontvangen. Volgens appellant is het ontvangen van één aanschrijving voor de betaling van het griffierecht in strijd met artikel 4, eerste lid, van de procesregeling van de Raad.

3. De Raad overweegt dat ingevolgde artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet bij het niet tijdig voldoen van het griffierecht het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroep in verzuim is geweest. Hetgeen in het verzetschrift en ter zitting door appellant is aangevoerd kan naar het oordeel van de Raad niet worden aangemerkt als een omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad stelt vast dat appellant voor het eerst bij brief van 27 augustus 2007 door de griffier is uitgenodigd het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Vervolgens is deze uitnodiging bij aangetekend verzonden brief van 27 september 2007 herhaald. De tekst van deze herinneringsbrief is voldoende duidelijk. Appellant heeft geen gronden aangevoerd waaruit kan blijken dat hij geen tijdig gevolg kon geven aan deze herinneringsbrief. Met betrekking tot het beroep op de procesregeling van de Raad overweegt de Raad dat ingaande 1 januari 2006 de Procesregeling bestuursrechtelijke colleges 2006 in werking is getreden (Staatscourant 23 december 2005, nr. 250). In overeenstemming met artikel 7 van deze regeling is appellant de gelegenheid geboden het verzuim te herstellen. Anders dan appellant meent geeft deze regeling geen aanspraak op nog een herstelmogelijkheid na een aangetekend verzonden herstelverzuimbrief.

4. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M Garvelink-Jonkers als voorzitter en J.G. Treffers en A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2008.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) M.B. de Gooijer.

HD