Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD2791

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-05-2008
Datum publicatie
29-05-2008
Zaaknummer
06-7218 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking van hoger beroep.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/7218 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Staatssecretaris van Financiën (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 8 november 2006, 05/248 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 22 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 april 2008. Voor appellant is verschenen L.P. de Jonge, werkzaam bij het ministerie van Financiën. Betrokkene is in persoon verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene is sinds 1 augustus 1983 aangesteld bij de Belastingdienst, laatstelijk sinds 1 januari 2003 als medewerker groepsfunctie I (inspecteur) bij de Belastingdienst/ [regio]. Nadat betrokkene op het voornemen daartoe zijn zienswijze had gegeven, heeft appellant bij besluit van 25 november 2004 aan betrokkene op grond van de artikelen 50, eerste lid, 80 en 81, eerste lid, aanhef en onder l, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wegens plichtsverzuim de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd met ingang van de tweede dag na de dag van uitreiking van het besluit. Dit ontslagbesluit is bij het bestreden besluit van 15 maart 2005 in bezwaar gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen (de handhaving van) het hem opgelegd strafontslag gegrond verklaard en dat strafontslag herroepen.

3. Appellant heeft bij zijn hogerberoepschrift de door de rechtbank aan haar beslissing ten grondslag gelegde motivering betwist. Bij brief van 1 april 2008 heeft hij de Raad echter medegedeeld dat hij die grief niet langer handhaaft. Ter zitting heeft appellant(s gemachtigde) de intrekking van zijn grief bevestigd en daarbij tevens te kennen gegeven dat dit feitelijk gelijk staat aan de intrekking van het hoger beroep. Desgevraagd antwoordde hij dat hij niet met zoveel woorden tot die intrekking overging, omdat hij openliet dat de Raad zelf nog een mogelijkheid zou zien de zaak inhoudelijk te behandelen, maar hij refereerde op dit punt aan het oordeel van de Raad.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Waar appellant uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zijn processuele opstelling neerkomt op een intrekking van zijn hoger beroep, acht de Raad het niet op zijn weg liggen om zelf nog te onderzoeken of er voor hem niettemin een mogelijkheid is om de zaak inhoudelijk te behandelen. De Raad kan dan ook slechts tot de conclusie komen dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. In het vorenstaande ziet de Raad aanleiding om appellant met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze worden begroot op € 40,34 aan reiskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 40,34, te betalen door de Staat der Nederlanden.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.G. Treffers en A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2008.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD