Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD2673

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-05-2008
Datum publicatie
29-05-2008
Zaaknummer
06-3600 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Juistheid wat betreft het medisch aspect.

De aan de schatting ten grondslag gelegde functies vallen binnen de grenzen van de vastgestelde belastbaarheid van betrokkene.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/3600 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 11 mei 2006, 05/278 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L.A.M. van Vlerken, advocaat te Geldrop, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2008. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.F. Bergman.

II. OVERWEGINGEN

1.Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

2.De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak als haar oordeel gegeven dat het Uwv de naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer berekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van appellante terecht met ingang van 30 augustus 2004 heeft herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%.

2.1.Zij heeft daartoe de juistheid onderschreven van het aan het bestreden besluit van 17 december 2004 ten grondslag liggende standpunt dat appellante, uitgaande van de ten aanzien van haar vastgestelde beperkingen, per 30 augustus 2004 in staat was met de haar voorgehouden functies een zodanig inkomen te verdienen dat het verlies aan verdiencapaciteit ongeveer 50% bedraagt.

2.2.Met betrekking tot de voor de schatting gebruikte functies was de rechtbank evenwel van oordeel dat het Uwv niet heeft voldaan aan de door de Raad geformuleerde eisen omtrent inzichtelijkheid, verifieerbaarheid en toetsbaarheid. Omdat daaraan eerst in beroep is voldaan, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens heeft de rechtbank appellantes verzoek om schadevergoeding afgewezen en het Uwv veroordeeld het griffierecht en de proceskosten aan appellante te vergoeden.

3. In hoger beroep heeft appellante haar in bezwaar en beroep geformuleerde gronden herhaald. Appellante is – kort samengevat – van mening dat haar medische beperkingen tot het verrichten van arbeid volledig zijn onderschat en dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen. Ter ondersteuning van haar standpunt is met name gewezen op een rapport van prof. dr. W.J. Oosterveld, gedateerd 8 april 1996, en de visie van de arts manuele geneeskunde R. Brouwer, neergelegd in een rapport van 21 november 2005. Ten slotte wordt onbegrijpelijk geacht dat de rechtbank geen onderzoek door een medische deskundige heeft gelast.

4.Wat betreft het medisch aspect van de in geding zijnde beoordeling ziet de Raad evenals de rechtbank geen reden om de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen van het Uwv voor onjuist te houden. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank deze beroepsgronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom zij niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank ten volle. Ook de Raad heeft in de voorhanden gegevens geen aanleiding gezien een medisch deskundig te benoemen.

5.De Raad is voorts van oordeel dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies vallen binnen de grenzen van de vastgestelde belastbaarheid van appellante.

6.Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.W.A. Schimmel.

SSw