Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD2462

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-05-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
07-5710 WAZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is voorts niet gegeven om een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te heropenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/5710 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[verzoeker] (hierna: verzoeker),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 juli 2007, 04/5268 WAZ.

Datum uitspraak: 22 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft om herziening van bovenvermelde uitspraak verzocht, naar welke uitspraak hierbij wordt verwezen.

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft afgezien van het geven van een reactie op het verzoek om herziening.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 24 januari 2008. Verzoeker is daar in persoon verschenen, terwijl het Uwv zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. J. van Riet, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

Bij de door verzoeker bedoelde onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad is de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 augustus 2004, nr. 04/466, voor zover aangevochten vernietigd en is het beroep in zoverre ongegrond verklaard. De Raad heeft geoordeeld dat het besluit van het Uwv van 22 december 2003, waarbij het besluit van 6 juni 2003 is gehandhaafd, de rechterlijke toetsing kan doorstaan. Bij het besluit van 6 juni 2003 is door het Uwv aan verzoeker met ingang van 10 juli 2001 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen toegekend, waarbij de grondslag van die uitkering is vastgesteld op € 26,64.

In het onderhavige verzoek om herziening heeft verzoeker uitgebreid gemotiveerd uiteengezet waarom hij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van 10 juli 2007. In essentie komt het betoog van verzoeker erop neer dat hij meent dat de Raad voorbij is gegaan aan door zijn toenmalige raadsman bij brief van 22 november 2006 naar voren gebrachte argumenten en voorts dat de uitspraak van de Raad een aantal onjuistheden bevat.

De Raad overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

De Raad stelt vast dat hetgeen door verzoeker is aangevoerd niet voldoet aan de in artikel 8:88 van de Awb gestelde voorwaarden. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het bijzondere rechtsmiddel van herziening voorts niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te heropenen.

Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en G. van der Wiel en N.J. van Vulpen-Grootjans als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2008.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) R.E. Lysen.

OA