Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD2238

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-04-2008
Datum publicatie
22-05-2008
Zaaknummer
06-2853 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na beëindiging wachtgeld niet binnen de termijn van twee jaar een aanvraag om uitkering wegens ziekte ingediend. Onvoldoende aanknopingspunten voor het standpunt dat appellant in het geheel niet in staat is geweest zich ziek te melden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/2853 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 maart 2006, 05/2074 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Korpsbeheerder van de politieregio [politieregio] (hierna: korpsbeheerder)

Datum uitspraak: 24 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2007. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. J.M.F. Honders, advocaat te Utrecht. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.H.M.J. Arets-Geldof van Doorn en A.C.P. Schoenmakers, werkzaam bij Loyalis Maatwerkadministraties B.V. te Heerlen.

Na de zitting heeft de Raad het onderzoek heropend, teneinde de korpsbeheerder kennis te laten nemen van de door appellant in januari 2007 ingebrachte (medische) gedingstukken.

Een volgend onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2008. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Honders voornoemd. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Arets-Geldof van Doorn bijgestaan door J. de Bruine, arts, werkzaam bij WOSM te Den Dolder.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant is per 1 juni 1997 eervol ontslagen uit zijn tijdelijk dienstverband bij de politieregio [politieregio]. Aan hem is aansluitend tot 1 maart 1999 een uitkering op grond van de Uitkeringsregeling 1966 (hierna: wachtgeld) toegekend.

1.2. Van 10 juli 1998 tot en met 23 november 1998 is appellant opgenomen geweest in psychiatrisch centrum Zon & Schild op verdenking van een zich ontwikkelende schizofrenie. Onderzoek wees uit dat er mogelijk sprake was van een bipolaire stoornis en een persoonlijkheidsstoornis met schizoïde trekken. Na onderzoek door een bedrijfsarts is appellant in januari 1999 arbeidsongeschikt geacht in de periode van 10 juli 1998 tot 18 januari 1999. Met ingang van laatstgenoemde datum is appellant volledig arbeids-geschikt verklaard. Bij besluiten van 1 februari 1999 is aan appellant over de periode van 12 juli 1998 tot 18 januari 1999 een uitkering wegens ziekte toegekend en is zijn recht op wachtgeld gedurende die periode opgeschort, waarbij tevens is bepaald dat het recht op wachtgeld eindigt op 7 september 1999.

1.3. Op 20 juni 1999 is appellant aangehouden op verdenking van het plegen van een strafbaar feit. Op dat moment verkeerde hij in een manische episode. Na een veroordeling door de rechtbank is appellant op 6 oktober 1999 in vrijheid gesteld.

1.4. Naar aanleiding van een rappel inzake een betalingsachterstand in de terugbetaling van wachtgeld heeft appellant in een brief van 16 september 2003 aangegeven dat hij in de periode van oktober 1996 tot en met april 2001 niet volledig arbeidsgeschikt was en gevraagd om zijn rechten over die periode te heroverwegen, waarbij appellant een uitkering wegens ziekte wenst in plaats van wachtgeld. In een brief van 19 april 2004 heeft appellant nogmaals verzocht om een uitkering wegens ziekte over de periode van april 1998 tot en met april 2001. In deze brief heeft hij aangegeven dat hij in die periode volledig arbeidsongeschikt was en dat hij op het moment dat zijn wachtgelduitkering afliep niet in staat was om zijn belangen te behartigen.

1.5. Bij besluit van 25 juni 2004 heeft de korpsbeheerder geweigerd de ziekmelding over de periode april 1998 tot en met april 2001 in behandeling te nemen, omdat daarvoor op grond van artikel 10a, eerste lid, van de Uitkeringsregeling 1966 de termijn is verstreken. Het bezwaar van appellant tegen deze beslissing is bij het bestreden besluit van 21 juni 2005 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, kort samengevat, overwogen dat in de door appellant overgelegde medische stukken onvoldoende aanknopingspunten zijn te vinden voor appellants standpunt dat hij in de periode van 18 januari 1999 tot en met 7 oktober 1999 in het geheel niet in staat is geweest zich bij de korpsbeheerder ziek te melden.

3. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat hij destijds in het geheel niet in staat was zich ziek te melden. Hij heeft daarbij gewezen op de omstandigheid dat er bij hem geen sprake was van ziekte-inzicht en op het feit dat zijn toenmalige advocaat heeft verzuimd om de juiste stappen te ondernemen om een uitkering wegens ziekte aan te vragen.

4. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.

4.1. Het verzoek van appellant als omschreven in rechtsoverweging 1.4. is door de korpsbeheerder aangemerkt als een verzoek om toekenning van een uitkering wegens ziekte, ontstaan na 18 januari 1999. Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Uitkerings-regeling 1966 had appellant aanspraak kunnen maken op een uitkering wegens ziekte, indien die ziekte uiterlijk zou zijn aangevangen binnen een maand na de beëindiging van het wachtgeld op 7 september 1999. Op grond van artikel 25, zevende lid, van de Uitkeringsregeling 1966 vervalt het recht op uitkering wanneer de daartoe strekkende aanvraag niet binnen een termijn van twee jaar na het ontstaan of het opnieuw ontstaan van dat recht is ingediend.

4.2. Vaststaat dat appellant niet binnen de hiervoor genoemde termijn van twee jaar een aanvraag om uitkering wegens ziekte heeft ingediend. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank in de gegeven omstandigheden terecht onderzocht of sprake is geweest van een situatie dat het appellant niet is aan te rekenen dat hij eerst geruime tijd na afloop van die termijn een uitkering wegens ziekte heeft geclaimd. Met de rechtbank is de Raad voorts van oordeel dat in de door appellant bij de rechtbank ingebrachte (medische) stukken onvoldoende aanknopingspunten zijn te vinden voor het standpunt van appellant dat hij in de periode na 18 januari 1999 in het geheel niet in staat is geweest zich ziek te melden.

4.3. In de door appellant in hoger beroep in geding gebrachte (medische) stukken ziet de Raad dergelijke aanknopingspunten evenmin. Onder die stukken bevinden zich een rapport van een psychologisch onderzoek uit februari 1999 en een rapport van een onderzoek door het Arbeidsbureau naar de capaciteiten en interesses van appellant uit mei 1999. In beide rapporten worden wel problemen gesignaleerd, maar die zijn niet van dien aard dat appellant op basis daarvan niet zou kunnen handelen. De Raad acht verder van belang dat appellant reeds in zijn detentieperiode aan zijn advocaat heeft gevraagd of hij geen recht had op een uitkering wegens ziekte. Dat die advocaat hierop wellicht niet adequaat heeft gereageerd, komt voor rekening en risico van appellant.

5. Gelet op het vorenoverwogene moet de aangevallen uitspraak worden bevestigd.

6. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en R. Kooper en M.C. Bruning als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 april 2008.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) M.B.de Gooijer.

HD