Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD2195

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-05-2008
Datum publicatie
22-05-2008
Zaaknummer
06-4276 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag gelegen in opheffing betrekking wegens beëindiging subsidie OALT-onderwijs. Op welke regeling dient aanvulling van het loon te worden gebaseerd?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4276 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2006, 05/2659 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 8 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven de behandeling van het geding ter zitting achterwege te laten.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene was sinds 1 oktober 1993 werkzaam als lerares eigen taal (Turks) bij het basisonderwijs te Rotterdam. Bij besluit van 29 maart 2004 is betrokkene per 1 augustus 2004 uit deze functie ontslagen. Bij besluit van 15 juli 2004 is betrokkene met ingang van 1 augustus 2004 aangesteld als onderwijsassistente bij het basisonderwijs te Rotterdam. Op 15 juli 2004, herhaald op 30 augustus 2004, heeft betrokkene een aanvraag ingediend voor een aanvulling op haar loon na genoemd ontslag. Bij besluit van 28 september 2004 is aan betrokkene meegedeeld dat haar aanvraag is ingewilligd en dat haar loon van 1 augustus 2004 tot en met uiterlijk 31 januari 2006 wordt aangevuld. Tot 1 mei 2005 bedraagt de loonaanvulling 100%, daarna 95%.

1.2. Bij besluit van 1 juni 2005 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 28 september 2004 door appellant ongegrond verklaard. Hierbij is overwogen dat betrokkene per 1 augustus 2004 wegens beëindiging van de subsidie voor het onderwijs in allochtone levende talen (hierna: OALT) is ontslagen zodat haar loon op grond van sociaal plan OALT 2 wordt aangevuld. Ten aanzien van de door betrokkene in bezwaar ingenomen stelling dat zij in aanmerking komt voor de ruimere aanvulling, voorzien in sociaal plan OALT 1, wordt door appellant opgemerkt dat betrokkene alleen onder dit plan zou vallen indien zij ontslagen was als gevolg van de aanpassing per

1 augustus 2002 van de eisen die gesteld worden aan leraren die taalondersteuning geven. Daarvan is echter geen sprake. Het in bezwaar nog overgelegde gewijzigde ontslagbesluit van 14 mei 2005, inhoudende dat betrokkene is ontslagen als gevolg van de aange-scherpte kwalificatiecriteria OALT, strookt niet met eerdere verklaringen van betrokkene en haar werkgever en is daarom ongeloofwaardig, aldus appellant.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel zoals neergelegd in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en appellant opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens zijn bepalingen omtrent griffierecht en proceskosten gegeven. Hiertoe heeft de rechtbank vooral in aanmerking genomen dat de werkgever aan betrokkene de mogelijkheid heeft geboden om het per 1 augustus 2002 vereiste diploma NT2 te gaan halen, welk diploma betrokkene evenwel op 1 augustus 2004 nog niet had behaald, zodat betrokkene op de datum waarop het ontslag inging niet voldeed aan de aangescherpte kwalificatiecriteria.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht overweegt de Raad als volgt.

3.1. Uit de gedingstukken komt genoegzaam naar voren dat de reden voor betrokkenes ontslag gelegen is in opheffing van de betrekking wegens beëindiging van de subsidie voor het OALT-onderwijs. De Raad verwijst hierbij met name naar het ontslagbesluit van 29 maart 2004, waartegen betrokkene toentertijd geen bezwaar had gemaakt, waarin uitdrukkelijk is vermeld dat de betrekking van betrokkene als OALT-leerkracht niet gehandhaafd kan worden gezien het recentelijk door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel de bekostiging van het OALT-onderwijs te beëindigen. Die vermelding komt overeen met de werkgeversverklaring die bij de aanvraag om loonaanvulling van betrokkene is gevoegd. Zij spoort ook met de verduidelijking die door de werkgever bij brief van 11 februari 2005 is gegeven voor de ontslagreden. Daaruit komt onmiskenbaar naar voren dat ervan is afgezien om betrokkene per 1 augustus 2002 ontslag te verlenen wegens het vervallen van de onderwijsbevoegdheid, doch dat met het vervallen van de OALT-subsidie per 1 augustus 2004 geen mogelijkheden meer aanwezig waren om het dienstverband nog langer in stand te houden. Onder deze omstandigheden heeft appellant terecht geen betekenis gehecht aan het in bezwaar overgelegde gewijzigde ontslagbesluit van 19 mei 2005.

3.2. Nu de reden voor betrokkenes ontslag is gelegen in opheffing van haar betrekking, is de Raad van oordeel dat appellant terecht de aanvulling van het loon van betrokkene niet op sociaal plan OALT 1, maar op sociaal plan OALT 2 heeft gebaseerd.

3.3. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Raad zal het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en R. Kooper als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2008.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) M.B. de Gooijer.

HD