Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD2067

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-05-2008
Datum publicatie
21-05-2008
Zaaknummer
07-4137 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden ingebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4137 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van

[Verzoekster] (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 juni 2007 (05/4613) in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, een verzoek om herziening van de bovengenoemde uitspraak van de Raad ingediend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2008, waar namens verzoekster is verschenen mr. De Jonge, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J. Hut.

II. OVERWEGINGEN

Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 juli 2005 (05/1171) bevestigd.

Namens verzoekster is onder meer aangevoerd dat uit de motivering van de uitspraak niet valt af te leiden in hoeverre de Raad de van de zijde van verzoekster ingebrachte rapporten van mevrouw Verhage van Instituut Psychosofia heeft laten meewegen in zijn oordeel over de medische grondslag van het besluit van het Uwv om aan verzoekster geen uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen.

Gemachtigde stelt zich op het standpunt dat indien, in haar ogen, belangrijke medische feiten die tot een andere uitspraak hadden moeten leiden niet tot uitdrukking komen in de uitspraak van de rechter, en aldus niet bekend zijn bij de rechter, dit nieuwe feiten en omstandigheden op grond van artikel 8:88 Algemene wet bestuursrecht (Awb) oplevert.

De Raad overweegt als volgt.

Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, in verband met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Naar vaste rechtspraak van de Raad, zoals deze blijkt uit onder andere zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN: AN 7982) kan in het kader van het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening slechts worden beoordeeld of op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, herziening aangewezen is.

De Raad constateert dat de rapporten van mevrouw Verhage zich onder de gedingstukken bevinden die ten grondslag lagen aan de uitspraak van de Raad waarvan thans herziening wordt gevraagd. Hieruit volgt dat het gestelde door verzoekster geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld kon opleveren. Een door de gemachtigde van verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de betrokken uitspraak kan in dit kader niet worden gevoerd.

Het verzoek om herziening wordt afgewezen, nu de Raad in hetgeen door de gemachtigde van verzoekster naar voren is gebracht geen feit of omstandigheid als vorenomschreven heeft kunnen ontwaren.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.W.A. Schimmel.

SSw