Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD1908

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-05-2008
Datum publicatie
19-05-2008
Zaaknummer
06-4785 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen medische gegevens overgelegd die het standpunt onderbouwen dat betrokkene wegens ziekte of gebrek niet in staat was zijn werk als CAD-tekenaar te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/4785 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2006, 06/1063 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.G.U. Compri, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2008. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Smid.

II. OVERWEGINGEN

Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen.

De Raad ziet in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen reden voor een ander oordeel dan de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens overgelegd die zijn standpunt onderbouwen dat hij op de datum hier in geding, 16 december 2005, wegens ziekte of gebrek niet in staat was zijn werk als CAD-tekenaar te verrichten. De bezwaarverzekeringsarts is in zijn rapport van 24 april 2006 ingegaan op de door appellant in beroep overgelegde inlichtingen van zijn behandelend huisarts en psychiater. Erkend wordt dat bij appellant sprake is van reële klachten en beperkingen en dat appellant al veel langer pijnklachten in de rechter bovenkaak en psychische klachten ervaart, waarbij gesproken kan worden van een posttraumatische stressstoornis met dwanghandelingen. De in beroep overgelegde informatie biedt volgens de bezwaarverzekeringsarts geen nieuwe medische gegevens maar bevestigt de gestelde diagnosen. De door appellant gestelde toename van klachten werd door de bezwaarverzekeringsarts ook na kennisneming van de in beroep overgelegde medische gegevens niet dusdanig ingeschat dat appellant daarmee op 16 december 2005 ongeschikt zou zijn voor de maatgevende arbeid. De door appellant ter zitting van de rechtbank overgelegde gegevens over de intake bij de GGZ te Nijmegen in mei 2006 werpen naar het oordeel van de Raad geen nieuw licht op de gezondheidstoestand van appellant op 16 december 2005. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de ingebrachte gegevens geen uitsluitsel geven over de vraag of appellant op de datum in geding in staat was zijn werk te hervatten en dat zij niet leiden tot twijfel aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. Voor een onderzoek door een onafhankelijke medisch deskundige, zoals door appellant verzocht, ziet de Raad dan ook geen grond.

Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank het beroep van appellant tegen de beëindiging van de uitkering ingevolge de Ziektewet per 16 december 2005 terecht ongegrond heeft verklaard. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2008.

(get.) M.C.M. van Laar.

(get.) P. van der Wal.

GdJ