Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD1719

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
16-05-2008
Zaaknummer
07-106 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Niet is gebleken dat namens betrokkene enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren is gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/106 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Verzoekster] (hierna: verzoekster),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 december 2006 (04/4776 ZW),

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 6 december 2006 (04/4776 ZW).

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 maart 2008.

Waar partijen, met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 augustus 2004 (03/2960) bevestigd. De Raad heeft daarbij – kort weergegeven – overwogen dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en juistheid van de medische beoordeling van de (bezwaar)verzekeringsarts.

De gemachtigde van verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld – kort weergegeven – dat sprake is van een kennelijke misslag nu de rechter, die niet medisch deskundig is, zelf de medische kwestie afdoet. Tevens stelt de gemachtigde van verzoekster dat in de uitspraak belangrijke medische feiten niet tot uitdrukking zijn gekomen en dat de rechter aldus niet bekend is geweest met deze feiten. Nu op voorhand bij verzoekster niet bekend was dat deze feiten niet in de uitspraak tot uitdrukking zouden komen, is derhalve sprake van nieuwe feiten of omstandigheden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de gemachtigde van verzoekster tevens een rapport van 30 januari 2007 van Instituut Psychosofia overgelegd.

Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN: AN7982 is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren is gebracht. De door de gemachtigde van verzoekster aangehaalde omstandigheden kunnen niet als zodanig worden aangemerkt.

Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening dan ook te worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2008.

(get.) J.F. Bandringa.

(get.) E. de Bree.

JL