Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD1625

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
07/965 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WW-uitkering: verwijtbaar werkloos. Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2008/199 met annotatie van Red
RSV 2008, 205

Uitspraak

07/965 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 2 januari 2007, 06/2468, LJN AZ9755 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 april 2008.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2008. Namens appellant is verschenen mr. J.D. van Alphen, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer. Het Uwv, opgeroepen om ter zitting te verschijnen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Kneefel, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant werkte als docent Engels op een VMBO-school. Vanaf 7 januari 2002 ontving hij daarnaast een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, wegens uitval voor zijn werkzaamheden van administratief medewerker bij zijn vorige werkgever, De Amersfoortse, waar hij een vast dienstverband had voor 40 uur per week. Met ingang van 17 mei 2005 is de WAO-uitkering ingetrokken na herbeoordeling van de mate van appellants arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar van appellant tegen deze intrekking is bij besluit van 15 november 2005 ongegrond verklaard. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden. Appellant heeft per 17 mei 2005 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) aangevraagd. Bij besluit van 4 januari 2006 heeft het Uwv geweigerd appellant een WW-uitkering te verlenen op de grond dat hij verwijtbaar werkloos is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij besluit van 25 april 2006 ongegrond verklaard, op de grond dat appellant het dienstverband bij De Amersfoortse zelf heeft beëindigd per 1 september 2001. Tegen het besluit van 25 april 2006 is geen beroep ingesteld.

1.2. Appellant heeft nadien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzocht hem een tegemoetkoming te verlenen op grond van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI). Bij besluit van 9 mei 2006 heeft het Uwv appellant deze tegemoetkoming ontzegd, omdat appellant volgens het Uwv recht heeft op een werkloosheidsuitkering, met dien verstande dat deze uitkering niet tot uitbetaling komt. Dit besluit is, na gemaakt bezwaar, gehandhaafd bij besluit van 1 juni 2006 (het bestreden besluit).

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

3.1. Artikel 2, tweede lid, van de TRI luidt als volgt:

“De herbeoordeelde heeft recht op een tegemoetkoming voor de duur van zes maanden indien hij op de datum van verlaging of intrekking van zijn arbeidsongeschikt-heidsuitkering geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering. Het recht op een tegemoetkoming gaat in op de eerste dag waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de herbeoordeelde is verlaagd of ingetrokken.”

3.2. Appellant betoogt dat hij ten gevolge van intrekking van de WAO-uitkering als gevolg van de zogenoemde herbeoordelingsoperatie per 1 oktober 2004 geen inkomen meer heeft. De TRI beoogt voor zo’n geval een inkomensvoorziening te treffen. Nu appellant voorts ten gevolge van de blijvend gehele weigering van WW-uitkering geen beroep kan doen op de WW ter voorziening in zijn inkomensderving, heeft hij geen recht op een werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de TRI, zodat hem een tegemoetkoming ingevolge deze regeling toekomt.

3.3. Tussen partijen is, gelet op hetgeen desgevraagd namens appellant ter zitting naar voren is gebracht, niet langer in geschil en ook de Raad is het oordeel toegedaan dat, bezien vanuit het systeem en de bewoordingen - van in het bijzonder artikel 15 - van de WW, en gelet op het in rechte onaantastbaar geworden besluit van 25 april 2006, appellant met ingang van 17 mei 2005 recht heeft op een WW-uitkering, zij het dat die uitkering niet geldend gemaakt kon worden omdat de maatregel van blijvend gehele weigering was opgelegd.

3.4. Uit de bewoordingen van artikel 2, tweede lid, van de TRI, noch uit enige andere bepaling van die regeling blijkt dat aan de term “geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering” een andere betekenis toekomt dan die welke daaraan is gegeven in het algemeen verbindend voorschrift dat het recht op de desbetreffende werkloosheidsuitkering in het leven roept. Uit de toelichting bij de TRI blijkt voorts dat de regelgever bij het redigeren van de geciteerde bepaling van de TRI in het bijzonder het oog had op het recht op uitkering op grond van de WW. Dit betekent dat deze bepaling van de TRI het Uwv in het geval van appellant niet de vrijheid bood het recht op tegemoetkoming vast te stellen op de grond dat appellant geen recht had op een werkloosheidsuitkering.

3.5. Het hoger beroep slaagt derhalve niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en C.P.J. Goorden als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 april 2008.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) P. Boer.

RH