Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD1371

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-05-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
06-6213 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering kinderbijslag toe te kennen, aangezien niet op eenvoudig te controleren wijze is aangetoond dat betrokkene in belangrijke mate heeft bijgedragen in het levensonderhoud van zijn dochter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6213 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 19 oktober 2006, 06/798 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 8 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift, met diverse bijlagen, ingediend.

Appellant heeft daarna nog enkele brieven aan de Raad gezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2008. Appellant is daarbij verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

Appellant heeft op 9 april 2005 een aanvraag om toekenning van kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ingediend bij de Svb voor het kind [Y.], geboren [in] 2002. Blijkens een door appellant overgelegde geboorte akte uit Thailand is appellant geregistreerd als de vader van dit kind. Ten tijde van de aanvraag verbleef [Y.] met haar moeder in Thailand.

De Svb heeft bij besluit van 12 juli 2005 medegedeeld dat de aanvraag van appellant niet verder in behandeling wordt genomen, omdat appellant geen gelegaliseerde geboorte akte van [Y.] had overgelegd. Naar aanleiding van het door appellant aangevoerde bezwaar heeft de Svb bij beslissing op bezwaar van 17 maart 2006 (hierna: het bestreden besluit) het besluit van 12 juli 2005 herroepen. Voorts is bij dit besluit met ingang van het tweede kwartaal van 2005 kinderbijslag voor [Y.] geweigerd, omdat appellant niet op eenvoudig te controleren wijze heeft aangetoond in belangrijke mate te hebben bijgedragen in het levensonderhoud van [Y.].

De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant wederom aangevoerd dat hij al het mogelijke doet om zoveel mogelijk geld naar Thailand over te maken, maar dat hij niet beschikt over voldoende financiële middelen.

De Raad overweegt het volgende.

Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de Svb terecht heeft besloten dat appellant over het tweede tot en met het vierde kwartaal van 2005 geen aanspraak heeft op kinderbijslag voor [Y.], omdat hij niet heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij zijn dochter toen in belangrijke mate heeft onderhouden.

De Raad stelt ten aanzien van dit geschilpunt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat [Y.] gedurende voornoemd tijdvak heeft verbleven bij haar moeder in Thailand en dus niet behoorde tot het huishouden van appellant. Dit betekent dat appellant slechts aanspraak heeft op kinderbijslag als hij gedurende deze kwartalen heeft voldaan aan de bij en krachtens de AKW gestelde voorwaarde dat hij [Y.] in belangrijke mate, dat wil zeggen voor een bedrag van tenminste € 386,-- per kwartaal heeft onderhouden. Blijkens vaste rechtspraak van de Raad dient een verzekerde desgevraagd op een voor het uitvoeringsorgaan eenvoudig te controleren wijze -met name door middel van bankoverschrijvingen ten name van de persoon die het kind verzorgt- aan te tonen dan wel aannemelijk te maken dat hij voor zijn niet in Nederland verblijvende kind heeft voldaan aan de voor hem geldende onderhoudsbijdrage.

Appellant heeft diverse bewijsstukken overgelegd ten aanzien van overmakingen die betrekking hebben op de in geschil zijnde kwartalen, doch de blijkens die stukken overgemaakt bedragen zijn in ieder geval onvoldoende om te kunnen voldoen aan de hiervoor genoemde onderhoudsbijdrage. Hoewel ook de Raad begrip heeft voor de lastige situatie van appellant, nu hij over onvoldoende financiële middelen beschikt om aan de vereiste onderhoudsbijdrage te kunnen voldoen, moet de Raad vast stellen dat de Svb terecht heeft geweigerd kinderbijslag aan appellant toe te kennen over de in geschil zijnde kwartalen.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2008.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) C. de Blaeij.

AR