Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD1304

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
13-05-2008
Zaaknummer
06-1845 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Geen arbeidsbeperkingen door ziekte o f gebrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/1845 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 maart 2006, 05/5006 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.J. Vroegindeweij, advocaat te Katwijk aan Zee, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 21 maart 2008. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Vroegindeweij. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. S.M. Ponsioen.

II. OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar van het Uwv van 30 juni 2005 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard. Het Uwv heeft bij het bestreden besluit zijn primaire besluit van 21 januari 2005 gehandhaafd. Bij dit primaire besluit heeft het Uwv de aan appellante toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, met ingang van 22 maart 2005 ingetrokken op de grond dat appellante per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt is.

In hoger beroep heeft appellante zich evenals in beroep op het standpunt gesteld dat haar uitkering ten onrechte is ingetrokken, aangezien haar gezondheidsklachten (hoofdpijn, duizeligheid en flauwvallen) niet zijn afgenomen. Verder heeft zij gesteld dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet draagkrachtig is gemotiveerd en de Raad verzocht een externe medische deskundige te benoemen.

De Raad overweegt als volgt.

Aan het bestreden besluit ligt een rapportage ten grondslag van bezwaarverzekeringsarts E.H. Groenewegen van 30 juni 2005. Deze heeft zich verenigd met de aan het primaire besluit ten grondslag gelegde medische rapportage, waarin op basis van dossieronderzoek, spreekuurcontact en informatie van de huisarts van appellante is vastgesteld dat er bij appellante geen sprake (meer) is van in aanmerking te nemen arbeidsbeperkingen door ziekte of gebrek.

Wat appellante in hoger beroep heeft doen aanvoeren vormt in essentie een herhaling van wat reeds in beroep is aangevoerd; wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht.

De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gehanteerde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Appellante heeft noch in beroep noch in hoger beroep objectieve medische gegevens overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat appellante op de datum in geding wèl in aanmerking te nemen arbeidsbeperkingen had. Verder is niets aangevoerd op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat het Uwv het bestreden besluit niet had mogen baseren op voornoemde verzekeringsgeneeskundige rapportage van 30 juni 2005. De Raad ziet evenmin als de rechtbank aanleiding om een externe medische deskundige te benoemen.

Nu niet kan worden gesproken van ziekte of gebrek in de zin van de WAO, kan niet worden toegekomen aan appellantes stelling dat het Uwv is uitgegaan van een onjuiste maatvrouw.

Het voorgaande betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 april 2008.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) E.M. de Bree.

JL