Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD1262

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-05-2008
Datum publicatie
09-05-2008
Zaaknummer
06-5575 AOW
Formele relaties
Einduitspraak na bestuurlijke lus: ECLI:NL:CRVB:2009:BK5309
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om herziening. Geen enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid naar voren gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/5575 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 juli 2006 (05/5195 AOW, hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen:

[verzoeker], Marokko (hierna: verzoeker),

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 08 mei 2008

I. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht de aangevallen uitspraak te herzien.

De Svb heeft zijn opmerkingen daaromtrent kenbaar gemaakt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2008.

Verzoeker is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

In de aangevallen uitspraak heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2005, 04/1127, bevestigd. De rechtbank had het beroep tegen het besluit van de Svb van 9 februari 2004 ongegrond verklaard. In genoemd besluit heeft de Svb geweigerd verzoeker een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toe te kennen, op de grond dat hij niet heeft aangetoond op enig moment gelegen tussen zijn 15e verjaardag en het bereiken van de 65-jarige leeftijd in Nederland gewoond en gewerkt te hebben, zodat verzoeker nimmer verzekerd is geweest voor de AOW.

In zijn verzoek om herziening heeft verzoeker herhaald in Nederland gewoond en gewerkt te hebben en reeds de nodige gegevens te hebben ingezonden.

De Raad overweegt als volgt.

Op grond van artikel 21 van de Beroepswet, in samenhang met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat namens verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in de genoemde bepaling van de Awb, naar voren is gebracht.

Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 08 mei 2008.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) A.C. Palmboom.

OA1508