Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BD0159

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-04-2008
Datum publicatie
23-04-2008
Zaaknummer
07/4112 AW, 07/4114 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tijdelijk karakter van werkzaamheden. Functieongeschiktheidsadvies. Ontslag op grond van ongeschiktheid voor zijn functie wegens ziekte. Afzien van herplaatsingsonderzoek?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/4112 AW + 07/4114 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 1 juni 2007, 06/747 en 06/1180 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)

en

appellant

Datum uitspraak: 3 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 21 februari 2008. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. V.G.A. Kellenaar, werkzaam bij VOS/ABB, mr. M.S. van Dijk, ambtenaar van de gemeente Hengelo, en

drs. A. van der Werf, voorzitter van de centrale directie van de Openbare Scholengemeenschap Hengelo. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. F.E.R.M. Lathouwers, advocaat te Utrecht.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een meer uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Betrokkene was werkzaam als docent aan openbare school de [naam school]. Hem is, na bezwaar, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) met ingang van 28 augustus 2003 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidson-geschiktheidsverzekering (WAO) toegekend berekend naar een mate van arbeidson-geschiktheid van 80-100%. In juni 2004 heeft appellant betrokkene belast met het opzetten van een zogenoemde mediatheek, welke werkzaamheden begin september 2005 op last van appellant zijn beëindigd. Bij besluit van 21 september 2005 heeft appellant, na van het Uwv een zogeheten functieongeschiktheidsadvies te hebben verkregen, betrokkene met ingang van 1 oktober 2005 ontslag verleend op grond van ongeschiktheid voor zijn functie wegens ziekte. Bij het bestreden besluit van 29 augustus 2006 heeft appellant dit ontslagbesluit na daartegen door betrokkene gemaakt bezwaar gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak - voor zover thans nog van belang - het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen.

3. Het hoger beroep spitst zich toe op de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant ondanks het functieongeschiktheidsadvies van het Uwv niet van een herplaatsingsonderzoek had mogen afzien. Appellant betoogt dat hij zich op grond van dit advies op het standpunt heeft kunnen stellen dat zodanig onderzoek achterwege kon blijven, nu daarin is aangegeven dat dit onderzoek niet is vereist omdat betrokkene volledig arbeidsongeschikt is in het kader van de WAO.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad (CRvB 25 februari 2004, LJN AO4714 en TAR 2004, 58) dienen, mede gezien de diep ingrijpende gevolgen die een ontslag in verband met arbeidsongeschiktheid voor de betrokkene met zich brengt, de bepalingen aangaande het herplaatsingsonderzoek door het bestuursorgaan nauwgezet in acht te worden genomen. Een aan de betrokkene toegekende WAO-uitkering behoeft niet te betekenen dat hij tot geen enkele arbeid meer in staat is. Slechts in de situatie dat vanwege de gezondheidstoestand van een volledig arbeidsongeschikte het verrichten van arbeid als louter hypothetisch moet worden beschouwd, zou denkbaar kunnen zijn dat van een herplaatsingsonderzoek kan worden afgezien.

4.2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat die situatie zich hier niet voordoet, reeds omdat betrokkene - kennelijk naar tevredenheid - gedurende het gehele schooljaar 2004/2005 werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van het opzetten van de mediatheek en die werkzaamheden niet dan na daartoe te zijn gelast door appellant heeft gestaakt. De omstandigheid dat het Uwv in het functieongeschiktheidsadvies heeft aangegeven dat appellant niet verplicht is tot het uitvoeren van een herplaatsings-onderzoek leidt niet tot een ander oordeel. De gevolgen van het afgaan op die - onjuiste - informatie dienen voor rekening van appellant te blijven.

4.3. Voor zover appellant betoogt dat hij met het aanbieden van de werkzaamheden in de mediatheek genoegzaam heeft voldaan aan zijn herplaatsingsverplichtingen, faalt dat betoog reeds omdat die werkzaamheden op voorhand een tijdelijk karakter hadden en ook daadwerkelijk voorafgaand aan het ontslagbesluit op last van appellant zijn beëindigd.

4.4. Het voorgaande brengt met zich dat appellant het besluit om betrokkene ingaande 1 oktober 2005 ontslag te verlenen bij het bestreden besluit ten onrechte heeft gehandhaafd. Omdat de aan dat besluit klevende gebreken niet kunnen worden hersteld bij een nieuwe beslissing op bezwaar, is de Raad van oordeel dat ook het primaire besluit van 21 september 2005 niet in stand kan blijven (zie bijvoorbeeld CRvB 19 oktober 2006, LJN AZ1100). Aangezien zich hiermee niet verdraagt dat de rechtbank appellant heeft opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, komt de aangevallen uitspraak in zoverre voor vernietiging in aanmerking. Voor het overige dient deze uitspraak te worden bevestigd.

5. Nu de Raad, zelf voorziende, het besluit van 21 september 2005 zal herroepen, herleven het dienstverband van betrokkene en zijn daaruit voortvloeiende financiële aanspraken. Daarmee is van schade zoals door betrokkene gesteld geen sprake (meer). Voor inwilliging van het door betrokkene in hoger beroep alsnog gedane verzoek om schadevergoeding bestaat reeds hierom geen grond.

6. De Raad ziet aanleiding appellant op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 644,-.

7. Van de gemeente Hengelo dient op grond van artikel 22, derde lid, van de Beroepswet griffierecht te worden geheven.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover appellant daarbij is opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar van betrokkene te nemen;

Herroept het besluit van 21 september 2005;

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

Wijst het verzoek om schadevergoeding af;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 644,-, te betalen door de gemeente Hengelo;

Bepaalt dat van de gemeente Hengelo een griffierecht van € 428,- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 april 2008.

(get.) R. Kooper.

(get.) M.B. de Gooijer.

BvW