Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9889

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
22-04-2008
Zaaknummer
06-4346 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering. Arbeidskundige grondslag voldoende? Eerst in hoger beroep afdoende motivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4346 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 30 juni 2006, 04/1258 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 11 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van de haar geboden gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2008. Appellant heeft zich doen vertegenwoordigen door

mr. A. Ruis. Betrokkene is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 20 januari 2003 heeft appellant betrokkene met ingang van 3 februari 2003 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

Appellant heeft bij besluit van 27 mei 2003 het daartegen gemaakte bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 4 augustus 2004, 03/619, voor zover thans van belang, dit besluit vernietigd vanwege een niet draagkrachtige motivering wat betreft de arbeidskundige kant. De rechtbank heeft wel de medische grondslag van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling bij die uitspraak juist bevonden. Partijen hebben in deze uitspraak berust.

Ter uitvoering daarvan heeft appellant bij besluit van 18 november 2004 (hierna: het bestreden besluit), onder verwijzing naar een rapport van zijn bezwaararbeidsdeskundige van 28 september 2004, de bezwaren tegen het besluit van 20 januari 2003 wat betreft de arbeidskundige onderbouwing daarvan wederom ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dit besluit vernietigd en bepaald dat appellant opnieuw op het bezwaar van betrokkene dient te beslissen met inachtneming van hetgeen in haar uitspraak is overwogen. Voorts heeft zij opdracht gegeven tot vergoeding aan betrokkene van griffierecht en gemaakte proceskosten.

De rechtbank heeft in haar uitspraak, samengevat, overwogen dat het bestreden besluit is gebaseerd op een nadere arbeidskundige toelichting aan de hand van de nieuwe release van het computerprogramma Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS), welke release tot stand is gekomen nadat in dit systeem door de Raad onvolkomenheden waren gesignaleerd (uitspraken van 9 november 2004, o.a. LJN: AR4716). De rechtbank heeft echter geoordeeld dat deze release niet alle onvolkomenheden heeft weggenomen. Zo heeft zij overwogen dat bij de vergelijking tussen de belasting in de functies, die aan een berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag liggen, en de belastbaarheid van een verzekerde niet altijd wordt gesignaleerd dat het kan gaan om een belasting die zwaarder is dan de verzekerde aankan. Omdat hiernaar in dit geval geen nader onderzoek is verricht, heeft de rechtbank geoordeeld dat de arbeidskundige onderbouwing niet op een voldoende zorgvuldig wijze tot stand is gekomen. Daarnaast heeft de rechtbank niet aanvaardbaar geacht dat de bezwaararbeidsdeskundige zonder nadere toelichting functies passend heeft geacht op aspecten, waarbij het CBBS wel heeft gesignaleerd dat sprake is van een (mogelijke) overschrijding van betrokkenes belastbaarheid.

In hoger beroep heeft appellant, kort weergegeven, aangevoerd dat met de nieuwe release die naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van 9 november 2004 is toegepast een zodanig niveau van verifieerbaarheid, inzichtelijkheid en toetsbaarheid van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling is bereikt, dat dit voldoende onderbouwing geeft voor een besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van appellant evenwel erkend, onder verwijzing naar de desbetreffende uitspraken van de Raad van 12 oktober 2006 (o.a. LJN: AY9971), dat een volledige toelichting, zoals deze door de Raad wordt verlangd, in dit geval pas is gegeven in de fase van het beroep bij de rechtbank. De gemachtigde heeft in verband daarmee verzocht om - ingeval de Raad de vernietiging van het bestreden besluit om deze reden bevestigt - te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven, aangezien met het op 28 juli 2005 uitgebrachte aanvullende rapport van de bezwaararbeidsdeskundige uiteindelijk voldoende is gemotiveerd waarom de belasting in de geduide functies de belastbaarheid van betrokkene niet overschrijdt.

De Raad overweegt het volgende.

De Raad stelt vast dat het geschil in hoger beroep is beperkt tot de vraag of het bestreden besluit arbeidskundig voldoende is gemotiveerd.

De Raad deelt met betrekking tot deze arbeidskundige kant de analyse van appellant, inhoudende dat de Raad met zijn uitspraken van 12 oktober 2006 heeft geoordeeld dat de eerder door hem gesignaleerde onvolkomenheden betreffende het CBBS in voldoende mate zijn opgeheven met de nieuwe release. De Raad heeft daarbij voldoende aannemelijk geacht dat het aangepaste CBBS alle mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid van een verzekerde onderkent en signaleert. Dit betekent dat de rechtbank niet kan worden gevolgd in haar oordeel dat de bedenkingen die de Raad in zijn uitspraken van 9 november 2004 had ook nog gelden voor de nieuwe release van het CBBS.

Wel heeft de rechtbank terecht overwogen dat in de fase van besluitvorming niet ongemotiveerd de signaleringen van het CBBS mogen worden gepasseerd. In zijn uitspraken van 12 oktober 2006 heeft de Raad ook uitgemaakt dat alle signaleringen door de arbeidskundige of bezwaararbeidskundige van een toelichting moeten worden voorzien, waaruit blijkt waarom de desbetreffende functie toch op het gesignaleerde aspect als passend kan worden aangemerkt, waarbij tevens geldt dat, afhankelijk van de zich voordoende feiten en omstandigheden, voorafgaand overleg met de verzekeringsarts nodig zal zijn. Overigens hoeft die motivering niet steeds even uitgebreid te zijn.

Appellant heeft aan het bestreden besluit een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige ten grondslag gelegd, waarin een nadere toelichting is gegeven bij de gesignaleerde aspecten die tot dan toe ongemotiveerd waren gepasseerd, welke toelichting mede is ondertekend door de bezwaarverzekeringsarts. Voorts heeft appellant desgevraagd aan de rechtbank nog een aanvullend rapport van 28 juli 2005 verstrekt dat ook mede is ondertekend door de bezwaarverzekeringsarts.

Mede uitgaande van de juistheid van de door appellant vastgestelde functionele beperkingen bij betrokkene ten aanzien van het verrichten van arbeid, is de Raad niet gebleken dat betrokkene de werkzaamheden behorende bij de door de arbeidskundige in aanmerking genomen functies niet zou kunnen verrichten. Naar aanleiding van de namens betrokkene naar voren gebrachte bezwaren tegen hantering van de functie van secretaresse/typist (met name wat betreft het hand- en vingergebruik) en de functies van acquisiteur (met name wat betreft handvaardigheid) en bode-bezorger (met name wat betreft reiken en het vereiste om lopen af te wisselen met zitten) constateert de Raad dat uit de arbeidskundige onderbouwing van 28 september 2004 en 28 juli 2005 volgt dat in de genoemde functies de belastbaarheid van betrokkene op de genoemde aspecten niet wordt overschreden, waarbij de Raad in aanmerking neemt dat de bezwaarverzekeringsarts heeft ingestemd met het arbeidskundige oordeel dat deze functies door betrokkene, gelet op haar beperkingen, zouden kunnen worden vervuld op de in geding zijnde datum.

In de omstandigheid dat pas in de fase van het beroep, met het nadere rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 28 juli 2005, het bestreden besluit is voorzien van een - voordien ontbrekende - deugdelijke motivering, ziet de Raad aanleiding om de door de rechtbank uitgesproken vernietiging van het bestreden besluit in stand te laten, maar de gegeven opdracht om een nieuw besluit te nemen te vernietigen met bepaling dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven.

Er is niet gebleken van aan de zijde van betrokkene in hoger beroep vallende proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak in zoverre daarbij aan appellant is opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van betrokkene;

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en A.T. de Kwaasteniet als leden. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M. Lochs.