Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9873

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-04-2008
Datum publicatie
22-04-2008
Zaaknummer
06-4633 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ziekte-ontslag. Voldoende herplaatsingsinspanningen? Vergoeding letselschade valt buiten bestreden besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4633 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 juli 2006, 05/2900 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg (hierna: college)

Datum uitspraak: 10 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2008. Namens appellant zijn verschenen zijn echtgenote [naam echtgenote] en zijn dochter [naam dochter]. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Noordermeer en mr. G.W. Toebes, beiden werkzaam bij de gemeente Leidschendam-Voorburg.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Appellant heeft in 1996 in zijn toenmalige functie van chauffeur / reiniger een bedrijfsongeval gehad waardoor hij fysieke beperkingen heeft opgelopen. Nadat hij kortstondig werkzaam was geweest bij [werkgever], is hij teruggekeerd in gemeentelijke dienst. Hij kreeg werkzaamheden toebedeeld als medewerker wijkbeheer, maar deze werkzaamheden bleken niet passend.

1.2. Nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) aanvankelijk bij appellant nog wel geschiktheid zag voor benutbare arbeidsmogelijkheden - maar in het zogeheten Claim Beoordelings- en Borgingssysteem geen in aanmerking komende functies aantrof -, zag het in juli 2004 die geschiktheid niet meer. In juni 2004 had het UWV aan appellants echtgenote, desgevraagd, laten weten dat het van oordeel was dat het college voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht.

1.3. Vanwege de, blijkens een functieongeschiktheidsadvies, aanhoudende arbeidson-geschiktheid van appellant, welke reeds twee jaren duurde en waarvan herstel binnen zes maanden niet te verwachten was, is appellant met ingang van 1 oktober 2004 ontslag verleend wegens ziekte. Aangezien de arbeidsongeschiktheid mede voortvloeit uit het appellant overkomen - en door het college als zodanig erkende - dienstongeval is hem een aanvulling op zijn WAO-uitkering toegekend. Het bezwaar tegen het ontslagbesluit is ongegrond verklaard bij besluit van 18 maart 2005 (hierna: bestreden besluit).

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep keert appellant zich niet zozeer tegen de ontslagverlening als zodanig; die acht appellant wel in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften. Daarbij heeft appellant wel gesteld dat er onvoldoende herplaatsingsinspanningen zijn gedaan door het college. Appellant kan zich er echter in het bijzonder niet mee verenigen dat hem geen smartengeld is toegekend voor de gevolgen van het hem overkomen bedrijfsongeval - in zijn ogen zijn vanaf 1996 slordigheden begaan door het college - en dat hem niet de kosten zijn vergoed die hij heeft moeten betalen aan zijn advocaat. Appellant heeft verzocht om vergoeding van letselschade, materieel en immaterieel.

4. Het college kan zich vinden in de aangevallen uitspraak waarbij is geconcludeerd dat aan het ontslag een zorgvuldig onderzoek is voorafgegaan en dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan het college in redelijkheid niet had kunnen overgaan tot ontslagverlening.

Het college kan zich voorts vinden in het oordeel van de rechtbank dat er, gelet op de ongegrondverklaring van het beroep van appellant tegen het bestreden besluit, geen aanleiding is toepassing te geven aan artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) inzake schadevergoeding.

Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het met de toekenning van de onder 1.3. bedoelde aanvulling op de WAO-uitkering volledig aan zijn verplichtingen heeft voldaan.

5. De Raad overweegt naar aanleiding hiervan als volgt.

5.1. Hij kan zich ten aanzien van het ontslag en de wijze waarop dat tot stand is gekomen, verenigen met de aangevallen uitspraak. Met betrekking tot de door het college verrichte re-integratie-inspanningen verwijst de Raad in het bijzonder naar het onder 1.2. vermelde oordeel van het UWV. Dat vindt steun in de uit de gedingstukken naar voren komende feiten en omstandigheden waarnaar ook in de aangevallen uitspraak is verwezen in rechtsoverweging 4.2.

In de door de echtgenote van appellant geschetste omstandigheden, in het bijzonder de voor haar ontstane problematische thuis- en werksituatie, kan (ook) de Raad geen grond vinden voor het oordeel dat het college in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om appellant, zonder meer, ontslag te verlenen. Die grond is ook niet gelegen in de enkele omstandigheid dat het college het aan appellant overkomen bedrijfsongeval heeft erkend als dienstongeval.

5.2. Het verzoek om vergoeding van letselschade gaat buiten het bestreden besluit om. Dat besluit handelt daar niet over en behoefde, als beslissing op een bezwaar tegen het verleende ziekte-ontslag, daarover ook niet te handelen. Dat is niet anders als in aanmerking wordt genomen dat op een door appellant op 23 oktober 2001 gedaan verzoek om schadevergoeding niet inhoudelijk is gereageerd.

6. Het bovenstaande brengt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en G.F. Walgemoed als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 april 2008.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) P.W.J. Hospel.

BvW