Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9859

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-04-2008
Datum publicatie
22-04-2008
Zaaknummer
07-65 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herroeping ontslagbesluit. Geen processueel belang meer. Voor het overige voorbereidende beslissingen die niet voor beroep vatbaar zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/65 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 november 2006, 05/5494 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Gooi en Vechtstreek (hierna: korpsbeheerder)

Datum uitspraak: 3 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2008. Appellante is verschenen met bijstand van

mr. W. de Klein, werkzaam bij de Nederlandse Politie Bond. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A.M.A.C. Theunissen, juridisch adviseur.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante was sedert 1999 werkzaam bij de politieregio Gooi en Vechtstreek, laatstelijk als administratief medewerker bij de Vreemdelingendienst. In verband met een reorganisatie is zij bij besluit van 4 februari 2004 aangewezen als herplaatsbaar ambtenaar. Hiertegen heeft zij geen rechtsmiddel ingesteld.

1.2. Bij besluit van 1 juni 2005 heeft de korpsbeheerder met toepassing van artikel 91, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) aan appellante per 2 september 2005 eervol ontslag verleend wegens opheffing van haar betrekking. Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt.

1.3. Bij het bestreden besluit van 11 oktober 2005 heeft de korpsbeheerder het bezwaar gegrond verklaard, het ontslagbesluit ingetrokken (herroepen) en bepaald dat het herplaatsingsonderzoek zal worden verlengd tot uiterlijk

15 januari 2006. Hieraan heeft de korpsbeheerder onder meer toegevoegd dat aan de Herplaatsingsadviescommissie de optie zal worden voorgelegd om appellante de functie van medewerker Teleservice aan te bieden, dat er bij de afdeling Tobias op afzienbare termijn geen vacatures zijn, dat de alternatieven niet ruim zijn en dat, mocht het (verlengde) herplaatsingsonderzoek niet tot een plaatsing leiden, aan appellante alsnog per 1 mei 2006 ontslag zal worden verleend.

1.4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard.

2. Naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

2.1. Het ontslagbesluit van 1 juni 2005 is bij het bestreden besluit herroepen op grond van de overweging dat het voorgeschreven herplaatsingsonderzoek niet naar behoren was uitgevoerd. Door deze herroeping is het per 2 september 2005 verleende ontslag ongedaan gemaakt. Over dit ontslag bestaat tussen partijen geen geschil meer. In zoverre heeft appellante geen processueel belang bij een oordeel van de bestuursrechter.

2.1.1. Het inmiddels bij later besluit en tegen een latere datum alsnog aan appellante verleende ontslag kan hier niet aan de orde komen. Blijkens het verhandelde ter zitting is dit nieuwe ontslag thans voorwerp van beroep bij de rechtbank.

2.2. Tegen de overige onderdelen van het bestreden besluit, zoals onder 1.3. samengevat, stond geen (bezwaar of) beroep open. Voor zover deze onderdelen méér behelzen dan louter feitelijke mededelingen omtrent (de inhoud van) een in de toekomst te verwachten besluit tot herplaatsing of ontslag, gaat het om beslissingen inzake de procedure ter voorbereiding van zo'n toekomstig besluit. Uit artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vloeit voort dat deze voorbereidende beslissingen niet vatbaar zijn voor bezwaar of beroep, tenzij zij appellante los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in haar belang treffen. Van dit laatste is niet kunnen blijken. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de duur van het herplaatsingsonderzoek op zichzelf niet bepalend is voor de status van appellante als herplaatsbaar ambtenaar.

2.3. Het vorenstaande betekent dat de rechtbank het beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De vraag of (alsnog) voldoende herplaatsingsinspanningen zijn verricht dient te worden beantwoord in het kader van de procedure tegen het nieuw verleende ontslag.

2.4. Het hoger beroep treft dus geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Awb bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 april 2008.

(get.) R. Kooper.

(get.) M.B. de Gooijer.

HD