Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9531

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
06-4102 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dient bij de rechtbank ingestelde beroep wegens onverschoonbare termijnoverschrijding niet-ontvankelijk te worden verklaard? Vormen psychische klachten een bijzondere omstandigheid?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4102 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 6 juli 2006, 05/3327 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 11 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 21 mei 2007 heeft appellant een rapport van 7 mei 2007 van de bezwaararbeidsdeskundige A.G.W.P. van Gorp ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart 2008, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door

mr. B.H.C. de Bruijn. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door C.A.J. de Leeuw als gemachtigde.

II. OVERWEGINGEN

Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent, gelet op de gedingstukken met juistheid, in de aangevallen uitspraak heeft weergegeven. De Raad volstaat hier met de vermelding dat appellant bij het thans bestreden en op bezwaar genomen besluit van

5 september 2005 de intrekking per 5 juni 2005 heeft gehandhaafd van de eerder naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% aan betrokkene ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) verleende uitkering.

Ter zitting van de Raad heeft appellant de vraag opgeworpen of niet het door betrokkene bij de rechtbank tegen het bestreden besluit ingestelde beroep wegens onverschoonbare overschrijding van de daarvoor geldende termijn door de rechtbank niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.

Dienaangaande overweegt de Raad dat de rechtbank zich bij de aangevallen uitspraak niet over de ontvankelijkheid van het beroep heeft uitgelaten, maar dit kennelijk ontvankelijk heeft geacht, nu zij een inhoudelijk oordeel over de houdbaarheid van het bestreden besluit heeft gegeven.

De Raad moet vaststellen dat betrokkene eerst ter zitting van de Raad is geconfronteerd met de vraag of de beroepstermijn onverschoonbaar is overschreden. Daarin ziet de Raad in het onderhavige geval geen reden om deze gang van zaken in strijd te achten met de regels van een goede procesorde. Ter zitting heeft de gemachtigde van betrokkene erkend dat hij bij de opstelling van het inleidend beroepschrift betrokken is geweest en dat hij reeds toen ervan op de hoogte was dat de beroepstermijn ten tijde van de indiening van het beroepschrift bij de rechtbank was verstreken. Gelet hierop kan betrokkene niet verrast zijn geworden door de door appellant ter zitting opgeworpen vraag en kan de Raad, zonder behandeling op een nadere zitting, met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep bij de rechtbank een oordeel geven. Daarbij wijst de Raad erop dat de rechter gehouden is de ontvankelijkheid van het beroep, als zijnde van openbare orde, ambtshalve te toetsen.

De Raad stelt vast dat het beroep is ingesteld bij brief van 14 november 2005, door de rechtbank ontvangen op 15 november 2005. Daarmee is de beroepstermijn van zes weken, aanvangend de dag na de bekendmaking van het bestreden besluit op

5 september 2005, ruimschoots overschreden.

Betrokkene heeft ter zitting gesteld dat het steeds haar bedoeling is geweest beroep in te stellen en dat zij vanwege haar psychische klachten niet eerder dan op de datum waarop het inleidend beroepschrift is opgesteld en verzonden, zich tot haar gemachtigde heeft gewend die haar bij het opstellen ervan behulpzaam is geweest. Daarin leest de Raad geen omstandigheden die ertoe leiden dat sprake is van een verschoonbare termijn-overschrijding. Niet gebleken is dat betrokkene vanwege haar psychische klachten niet in staat is geweest tijdig, al dan niet met behulp van derden, beroep bij de rechtbank in te stellen.

Het beroep bij de rechtbank dient gelet hierop alsnog niet-ontvankelijk te worden verklaard. In verband hiermee komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking.

Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.W.A. Schimmel.

MH