Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9527

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-03-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
05-4536 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Recht op tweevoudige kinderbijslag? Uitwonend in verband met onderwijs? Voldaan aan onderhoudsverplichting?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/4536 AKW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 mei 2005, 04/3503 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de Svb)

Datum uitspraak: 27 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2008. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

II. OVERWEGINGEN

Voor een uitgebreid overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar zijn eerdere uitspraak van 6 augustus 2004 (nrs. 02/5891 + 5892 AKW) en de aangevallen uitspraak.

Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit van 12 oktober 2004 in rechte stand kan houden.

Daarbij is vastgesteld dat appellant op basis van de door hem aangeleverde bescheiden voor zijn op 6 juni 1983 geboren zoon [naam zoon]:

- recht heeft op tweevoudige kinderbijslag over het vierde kwartaal van 1998 en het eerste en tweede kwartaal van 1999;

- recht heeft op enkelvoudige kinderbijslag over het derde kwartaal van 1998 en het eerste kwartaal van 2000;

- geen recht heeft op kinderbijslag over het derde en vierde kwartaal van 1999 en het tweede en derde kwartaal van 2000.

Namens appellant is in hoger beroep betoogd dat hij recht heeft op tweevoudige kinderbijslag voor zijn zoon [naam zoon] over de gehele periode vanaf het derde kwartaal van 1998 tot en met het derde kwartaal van 2000.

De Raad overweegt als volgt.

Appellant heeft in hoger beroep geen nadere stukken overgelegd waaruit blijkt dat [naam zoon] na het tweede kwartaal van 1999 nog uitwonend was in verband met het volgen van onderwijs. Evenmin is op enigerlei wijze aangetoond dat [naam zoon] gedurende de tijdvakken in geding grotendeels door appellant is onderhouden, dan wel, ter verkrijging van enkelvoudige kinderbijslag, in belangrijke mate is onderhouden.

Gelet hierop onderschrijft de Raad het in de aangevallen uitspraak vervatte oordeel in zijn geheel en bevestigt deze voor zover aangevochten. De Raad ziet geen aanleiding om een partij te veroordelen in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon als voorzitter en H.J. de Mooij en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2008.

(get.) H.J. Simon.

(get.) A.C. Palmboom.

RB