Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9524

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
05-4796 WAZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Besluit wordt niet langer gehandhaafd. Veroordeling proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/4796 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 23 juni 2005, 04/2546 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 11 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft J.F.T. de Bruijn, werkzaam bij HAB Hulp & Adviesbureau te Helmond, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 4 december 2007 heeft het Uwv aangegeven dat, na nader onderzoek verricht te hebben, gebleken is dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante alsnog per 16 februari 2003 op 80 tot 100% gesteld dient te worden.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 27 oktober 2003 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij per einde wachttijd, 16 februari 2003, geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz).

Het namens appellante tegen dat besluit ingediende bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 11 november 2004 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank Breda heeft het beroep gericht tegen het bestreden besluit eveneens ongegrond verklaard.

Met de brief van 4 december 2007 heeft het Uwv te kennen gegeven de weigering van de Waz-uitkering per 16 februari 2003 niet langer te handhaven. In verband hiermee, overweegt de Raad, kan het bestreden besluit van 11 november 2004 niet in stand blijven. De aangevallen uitspraak alsmede dat besluit dienen te worden vernietigd.

Namens appellante is bij faxbericht, door de Raad ontvangen op 7 februari 2008, verzocht om het Uwv te veroordelen in de kosten van het geding.

Het Uwv dient een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellante. Daarbij zal ook moeten worden beslist op het verzoek van de zijde van appellante tot vergoeding van de kosten in bezwaar.

De Raad ziet voorts aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 140,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) S. Sweep.

GdJ