Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9518

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
05-5796 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Dient verzekeringsarts informatie in winnen bij behandelend sector, indien in door huisarts toegezonden medisch journaal informatie behandelend sector is verwoord?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/5796 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 augustus 2005, 05/1795 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.M. Linares Fandino, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 29 februari 2008. Voor appellante is verschenen mr. Linares Fandino. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door H.L. Turnhout.

II OVERWEGINGEN

Bij besluit van 3 september 2004 heeft het Uwv geweigerd om aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen omdat zij per 3 september 2002 geschikt wordt beschouwd voor haar eigen werk en andere werkzaamheden.

Bij besluit van 7 februari 2005 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 september 2004 ongegrond verklaard.

Het door appellante ingestelde beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat zij zich als gevolg van psychische en fysieke klachten volledig arbeidsongeschikt acht. Appellante vindt dat de bezwaarverzekeringsarts informatie had moeten inwinnen over de psychische gesteldheid bij de behandelend specialist. Ook heeft appellante bezwaren geuit tegen de haar voorgehouden functies.

Evenals de rechtbank heeft de Raad geen redenen om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid van appellante per 3 september 2002.

De Raad onderschrijft de overweging van de rechtbank dat er voor de bezwaarverzekeringsarts geen verplichting bestond om informatie van de behandelend sector op te vragen nu er in het medisch journaal dat door de huisarts aan de verzekeringsarts is toegezonden de bevindingen van de behandelend sector zijn opgenomen.

Uit het journaal van de huisarts blijkt dat appellante rond de in dit geding van belang zijnde datum van 3 september 2002 niet onder behandeling was voor psychische klachten, zodat niet valt in te zien dat het inwinnen van informatie tot een andere visie omtrent appellantes psychische mogelijkheden had kunnen leiden. De Raad voegt hier aan toe dat de verzekeringsarts wel rekening heeft gehouden met een verminderde psychische belastbaarheid door appellante aangewezen te achten op werk zonder veelvuldige deadlines of productiepieken en een beperking aan te nemen voor het omgaan met conflicten.

De Raad is, gelet op het feit dat bezwaarverzekeringsarts F.L. van Duijn gemotiveerd heeft aangegeven dat het niet aannemelijk is dat er rond 3 september 2002 sprake was van (relevante) Carpaal Tunnel Syndroom-problematiek, van oordeel dat daarvoor terecht geen beperkingen zijn gesteld.

Nu appellante in staat moet worden geacht om per 3 september 2002 haar eigen werk te verrichten is er geen sprake van verlies aan verdiencapaciteit, zodat het Uwv terecht heeft geweigerd aan haar een WAO-uitkering toe te kennen.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008.

(get.) J.Janssen.

(get.) M. Lochs.

RJB