Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9482

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
06-868 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voorgehouden functies passend. Naderhand toegekende ZW-uitkering hier niet van belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/868 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 december 2005, 05/415 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 11 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 februari 2008. Voor appellante zijn verschenen haar echtgenoot

[naam echtgenoot] en mr. A.D.K. Wijsma. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. L.H.J. Ambrosius.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 21 september 2004 heeft het Uwv de aan appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering, welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, met ingang van 16 november 2004 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedroeg.

Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 23 februari 2005 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de medische beperkingen van appellante op een onjuiste wijze zouden zijn vastgesteld. Ten aanzien van de geduide functies is naar het oordeel van de rechtbank door het Uwv eerst in beroep gemotiveerd waarom appellante in staat zou moeten zijn deze functies te vervullen. Derhalve heeft de rechtbank het bestreden besluit vernietigd, maar tevens bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

In hoger beroep voert appellante in essentie dezelfde gronden aan als in het beroep bij de rechtbank. Zij is nog steeds van mening dat de geduide functies niet passend zijn gelet op haar beperkingen.

Tevens is erop gewezen dat appellante sedert 20 december 2004 opnieuw in aanmerking is gebracht voor een ziekengelduitkering.

De Raad is van oordeel dat de rechtbank de argumenten van appellante afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die argumenten niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

Hetgeen door en namens appellante in hoger beroep nog is aangevoerd kan de Raad niet tot een ander oordeel leiden. Van de talrijke stukken die appellante nog heeft overgelegd om haar standpunt te onderbouwen, was een deel al eerder in de procedure in het geding gebracht en bevat een ander deel geen nieuwe gegevens met betrekking tot de medische situatie van appellante op de datum in geding, 16 november 2004.

Dat appellante nadien een ziekengelduitkering is toegekend en met ingang van 18 december 2006 een WGA-uitkering maakt dit niet anders.

Het hoger beroep treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008.

(get.) J. Janssen.

(get.) M. Lochs.

RJB