Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9357

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
14-04-2008
Zaaknummer
06-6337 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opschorten van bijstand. Niet binnen de gestelde termijn overleggen van de gevraagde gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/6337 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 26 september 2006, 05/2171 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem (hierna: College)

Datum uitspraak: 8 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op 26 februari 2008. Partijen zijn - het College met bericht van verhindering - niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellante ontving ten tijde in geding bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande. In het kader van een heronderzoek is zij bij brief van 21 juli 2005 uitgenodigd te verschijnen op 26 juli 2005 bij de afdeling werk, inkomen en zorg van de gemeente Doetinchem en de in de brief genoemde gegevens over te leggen.

Omdat appellante niet alle in de brief bedoelde gegevens overlegde, heeft het College vervolgens bij besluit van 27 juli 2005 het recht op bijstand opgeschort met ingang van 26 juli 2005. Daarbij is appelante in de gelegenheid gesteld alsnog uiterlijk vóór 23 augustus 2005 de volgende gegevens over te leggen:

- een kopie van de huurspecificatie per 1 juli 2005;

- een kopie van de beschikking huursubsidie VROM 2005/2006;

- het volledig ingevulde en ondertekende heronderzoeksformulier;

- een kopie van de ziekenfondspolis Amicon 2005.

Omdat appellante de gevraagde gegevens niet heeft verstrekt, heeft het College bij besluit van 29 augustus 2005 de bijstand ingaande 26 juli 2005 ingetrokken.

Bij besluit van 22 november 2005, voor zover van belang, heeft het College het bezwaar tegen de besluiten van 27 juli 2005 en 29 augustus 2005 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 22 november 2005, voor zover aangevochten, ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 54, eerste lid, van de WWB bepaalt dat, indien de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent, het college het recht op bijstand voor de duur van ten hoogste acht weken kan opschorten:

a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of

b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.

Ingevolge artikel 54, tweede lid, van de WWB doet het college mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigt hem uit binnen een door hen te stellen termijn het verzuim te herstellen.

Artikel 54, vierde lid, van de WWB bepaalt dat, als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, het college na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van bijstand kan intrekken met ingang van de eerste dag waarover het recht op bijstand is opgeschort.

Vaststaat dat appellante de bij brief van 27 juli 2005 gevraagde gegevens en bewijsstukken niet voor de daarin aangegeven datum van 23 augustus 2005 heeft overgelegd. Het College heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het hier gaat om gegevens en bewijsstukken die voor de verlening van de bijstand van belang zijn. De Raad verwijst ter zake naar zijn uitspraak van 18 april 2006 (LJN AW5370) in een eerder tussen partijen gevoerd geding, waarin hij heeft geoordeeld dat de (ook thans) in geding zijnde soort gegevens en bewijsstukken van belang zijn voor de beoordeling van de voortzetting van de bijstand. De Raad ziet geen aanleiding om hierover thans anders te oordelen. De Raad ziet voorts met de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het hiervoor vastgestelde verzuim appellante niet valt te verwijten. De Raad verenigt zich met hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak hieromtrent heeft overwogen en ziet in hetgeen appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor een andersluidend oordeel.

Hieruit volgt dat met ingang van 26 juli 2005 aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 54, eerste lid, van de WWB is voldaan. De Raad ziet geen grond om te oordelen dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot opschorting van het recht op bijstand met ingang van die datum gebruik heeft kunnen maken.

Voorts staat vast dat appellante in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen doch van die gelegenheid naar het oordeel van de Raad - zonder gegronde reden - geen gebruik heeft gemaakt binnen de gestelde termijn.

Hiermee is gegeven dat met ingang van 26 juli 2005 ook aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 54, vierde lid, van de WWB is voldaan. De Raad ziet in hetgeen door appellante is aangevoerd geen grond voor het oordeel dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot intrekking van het recht op bijstand met ingang van die datum gebruik heeft kunnen maken.

Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.E. Broekman als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 april 2008.

(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.

(get.) P.E. Broekman.

IJ170308