Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC9207

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-04-2008
Datum publicatie
10-04-2008
Zaaknummer
06-6144 CSV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om het Uwv te veroordelen in de werkelijk gemaakte proceskosten in hoger beroep. Bijzondere omstandigheden die tot afwijking van de limitatieve en forfaitaire tarieven nopen?

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

06/6144 CSV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv)

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 10 oktober 2006, 05/5968 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Verzoekster], gevestigd te Haarlem, thans verzoekster

en

het Uwv.

Datum uitspraak: 3 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Namens verzoekster heeft mr. R.S. Ferouge, werkzaam bij Loyens & Loeff. N.V. te Amsterdam, een verweerschrift ingediend. Het Uwv heeft hierop gereageerd bij brief van 30 maart 2007.

Bij schrijven van 16 oktober 2007 heeft het Uwv het hoger beroep ingetrokken.

Bij brief van 31 oktober 2007 is namens verzoekster verzocht om een integrale proceskostenveroordeling onder overlegging van een kostenopgave. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben toestemming gegeven om het onderzoek ter zitting achterwege te laten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de kosten.

Verzoekster heeft verzocht om het Uwv te veroordelen in de werkelijk gemaakte proceskosten in hoger beroep.

In artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is bepaald dat in bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid van het Bpb. De toelichting bij het Bpb vermeldt dat in uitzonderlijke gevallen strikte toepassing van de regeling onrechtvaardig kan uitpakken en dat de rechter in bijzondere omstandigheden de volgens het Bpb berekende vergoeding kan verhogen of verlagen. Benadrukt wordt dat het werkelijk gaat om uitzonderingen, waarbij als voorbeeld wordt genoemd een geval waarin de burger door gebrekkige informatieverstrekking door de overheid op uitzonderlijk hoge kosten voor het verzamelen van het benodigde feitenmateriaal is gejaagd.

Naar het oordeel van de Raad kan hetgeen verzoekster heeft aangevoerd ter ondersteuning van haar standpunt dat sprake is van bijzondere omstandigheden als hier bedoeld, waarbij zij vooral heeft gewezen op de proceshouding van het Uwv, niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die tot afwijking van de limitatieve en forfaitaire tarieven noopt.

Gezien het voorgaande komt ook het verzoek om het Uwv met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep niet volledig voor inwilliging in aanmerking. De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep tot een bedrag van € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in verband met het indienen van een verweerschrift. Daarbij merkt de Raad op dat er in het kader van de behandeling van een verzoek om toepassing van artikel 21a van de Beroepswet geen plaats is voor een veroordeling in de kosten van die procedure op zich.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 322,00, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 april 2008.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) R.E. Lysen.

RB