Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC8924

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-04-2008
Datum publicatie
08-04-2008
Zaaknummer
06-4226 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking bestreden besluit. Schadevergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

06/4226 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante]

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 7 juli 2006, 05/4973

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 april 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.K. Jansen, verbonden aan de stichting Gaos, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij faxbericht van 22 februari 2008 heeft het Uwv met enkele andere stukken een ten aanzien van appellante genomen besluit van 21 februari 2008 ingezonden, genomen ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2008, waar appellante, met schriftelijke kennisgeving, niet is verschenen en waar het Uwv zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Kneefel.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit op bezwaar van 2 november 2005 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv de bij besluit van 10 juni 2005 gedane intrekking per 11 augustus 2005 gehandhaafd van de aan appellante voorheen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% verleende WAO-uitkering.

De rechtbank heeft, onder gegrondverklaring van het daartegen gerichte beroep, bij de aangevallen uitspraak het bestreden besluit vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen ervan.

Bij het in rubriek I genoemde besluit van 21 februari 2008 heeft het Uwv, onder intrekking van het bestreden besluit en herroeping van het besluit van 10 juni 2005, besloten per 11 augustus 2005 de WAO-uitkering van appellante ongewijzigd voort te zetten naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De kosten van het door appellante gemaakte bezwaar tegen het besluit van 10 juni 2005 heeft het Uwv bij het besluit van 21 februari 2008 vergoed.

De Raad ziet hierin aanleiding de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand zijn gelaten te vernietigen, nu deze rechtsgevolgen blijkens het nemen van het besluit van 21 februari 2008 door het Uwv niet langer worden beoogd.

Appellante heeft op grond van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente over de na te betalen WAO-uitkering. Volgens vaste rechtspraak van de Raad dient het verzoek om toepassing van artikel 8:73 van de Awb te worden toegewezen, als het bestreden besluit door het Uwv is ingetrokken. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante toekomende vergoeding, bestaande uit de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN: ZB1495.

De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 2 november 2005 in stand zijn gelaten en een beslissing is gegeven over schadevergoeding;

Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van schade als hiervoor is aangegeven;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag groot € 322,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde griffierecht van € 105,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en

J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.W.A. Schimmel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 april 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.W.A. Schimmel.

RJB