Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC8103

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-03-2008
Datum publicatie
31-03-2008
Zaaknummer
05-5208 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Medisch onderzoek. Geschiktheid voor het eigen werk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ROT 2008/32

Uitspraak

05/5208 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2005, 05/1341

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 28 maart 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.H. Beishuizen, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van appellant zijn een neurologische en neuropsychologische rapportage ingebracht.

Het Uwv heeft een reactie hierop opgestuurd.

Na de behandeling van het geding ter zitting van de Raad op 6 april 2007 is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, in verband waarmee de Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen.

Door de Raad desverzocht heeft de zenuwarts C.J.F. Kemperman - met assistentie van M.H. Masselink, psycholoog - bij op 1 november 2007 ingekomen rapport van verslag en advies gediend met betrekking tot enige omtrent de gezondheidstoestand en het arbeidsvermogen van appellant gerezen vragen.

Het geding is opnieuw behandeld ter zitting van de Raad op 15 februari 2008. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.S. Winkel.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 13 december 2004 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering omdat hij weliswaar beperkingen ondervindt voor het verrichten van arbeid maar met die beperkingen geschikt wordt geacht voor het vervullen van zijn eigen functie in het onderwijs.

Bij besluit van 11 maart 2005 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft in de in het dossier aanwezige stukken voldoende aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de verzekeringsartsen van het Uwv ten aanzien van appellant niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld.

Tegen met name dit oordeel van de rechtbank is appellant in hoger beroep gekomen. Appellant blijft zich op het standpunt stellen dat er te weinig rekening is gehouden met de bij hem als gevolg van een auto-ongeluk ontstane beperkingen op het gebied van zijn geheugen en concentratie.

Appellant heeft ter ondersteuning van zijn standpunt een rapport van neuroloog

prof. dr. L.J. Kappelle en het verslag van een, in opdracht van deze neuroloog uitgevoerd, neuropsychologisch onderzoek ingebracht.

De neuroloog achtte in zijn conclusie de resultaten van het neurospychologisch onderzoek niet valide vanwege onderpresteren van appellant. Voorts had Kappelle bij zijn eigen neurologisch onderzoek geen afwijkingen kunnen vaststellen. De neuroloog kon zich verenigen met de door de verzekeringsartsen van het Uwv vastgestelde belastbaarheid.

De neuroloog plaatst in zijn rapport evenwel een kanttekening bij de vraag of appellant in staat zou zijn het eigen beroep als docent voltijds uit te oefenen. Naar zijn mening zou dit vanwege de daarmee samenhangende spanningen te belastend voor hem zijn. Voor het exacte vermogen loonvormende arbeid uit te voeren dient volgens de neuroloog echter het oordeel van een arbeidsdeskundige ingewonnen te worden.

De door de Raad benoemde deskundige Kemperman heeft op grond van het door hem ingestelde onderzoek geconcludeerd dat bij appellant op de datum van zijn onderzoek alsmede op de datum in geding 23 oktober 2004 geen sprake is van enige afwijking op psychiatrisch gebied welke aan te merken zou zijn als ziekte of gebrek.

Op grond van de rapportages van de neuroloog Kappelle en de zenuwarts Kemperman staat voor de Raad genoegzaam vast dat ten aanzien van appellant op de datum in geding geen sprake was van enige relevante neurologische en/of psychiatrische afwijking in zijn gezondheidstoestand. Daarmee staat tevens genoegzaam vast dat appellant, als door het Uwv bij het nemen van het bestreden besluit tot uitgangspunt genomen, ten tijde in dit geding van belang terecht in staat is geacht de eigen werkzaamheden in het onderwijs in een voltijdse omvang te verrichten.

Het hoger beroep slaagt aldus niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) S. Sweep.

MK