Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2008:BC8089

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-03-2008
Datum publicatie
31-03-2008
Zaaknummer
05-5116 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

05/5116 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2005, 04/2301 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 maart 2008.

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 14 februari 2008. Voor appellant is verschenen M. el Attar. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

Appellant heeft in 1984 en 1985 in Nederland gewerkt. Vanaf 1986 tot en met 1989 heeft hij een uitkering ontvangen ingevolge de Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers (RWW). In 1989 is appellant geremigreerd naar Marokko.

Bij besluit van 30 juli 2001 heeft het Uwv afwijzend beslist op een aanvraag van appellant om aan hem een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen wegens een eind 1988 ingetreden ziekte. Daartoe besloot het Uwv nadat gebleken was dat appellant vanaf 1 maart 1987 niet meer verzekerd was voor de WAO. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden.

Bij besluit van 19 september 2002 heeft het Uwv het verzoek van appellant om terug te komen van het besluit van 30 juli 2001 afgewezen.

Bij besluit van 28 november 2003 heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 19 september 2002 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep van appellant bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard overwegende - kort gezegd - dat het Uwv op grond van het bepaalde in artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd was om de aanvraag af te wijzen onder verwijzing naar het eerdere besluit van 30 juli 2001, nu appellant een nieuwe aanvraag heeft gedaan zonder daarbij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. De rechtbank overwoog voorts dat niet kon worden gezegd dat het Uwv in het onderhavige geval niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik had kunnen maken.

De Raad onderschrijft deze overwegingen en maakt deze tot de zijne. Hetgeen door appellant in hoger beroep naar voren is gebracht heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel. Het hoger beroep slaagt derhalve niet.

De Raad ziet geen aanleiding om een partij te veroordelen in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon als voorzitter en H.J. de Mooij en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2008.

(get.) H.J. Simon.

(get.) A.C. Palmboom.

AR120308